Sunday, November 28, 2010
Spreekverbod.
Ik had reeds de intentie om, na een onderbreking van enkele maanden, met nummer 192, de draad van de "Andeskrabbels" terug op te nemen. Als nu een communicatiekanaal wordt afgesneden, heb ik daar dus een reden temeer voor.
1. "AMERINDIA" is een kleine reflectiegroep van enkele leken en een paar religieuzen en priesters die een paar keren per maand samenkomt om van gedachten te wisselen over wat in kerk en samenleving aan het gebeuren. Ook Geert Van Den Berge, pastoor in Oruro, behoort tot deze groep. Enkele maanden geleden namen we het initiatief om ook in een wekelijks radioprogramma in Radio Pio XII onze bedenkingen en opinies te delen met een breder publiek. We hebben nooit beweerd te spreken in naam van de lokale kerk. Wel hebben wel af en toe mensen uitgenodigd om over hun situatie, verwezenlijken of problemen te komen spreken: kerkmensen, straatkinderen, gevangenen, ontwikkelingswerkers, autoriteiten, leiders van volksorganisaties... Verder organiseerden we initiatieven samen met anderen, zoals een maandelijkse reflectieavond met de Permanente Vergadering voor de Rechten van de Mens, en onlangs een Boekenbeurs van het Religieuze Boek, samen met CEPA, waartoe het Santuario van de Virgen del Socavón het initiatief nam (maar de bisschop verbood aan de katholieke colleges deze interreligieuze beurs te bezoeken).
2. "AMERINDIA" is meteen ook een netwerk op continentaal vlak, in meer dan 20 landen, van groepen die openstaan voor oecumenische contacten en interreligieuze dialoog en het gedachte goed van de Latijnsamerikaanse bisschoppenconferenties levend wil houden. Daar maken we deel van uit. In het verbod van de bisschop, dat we via de krant vernamen, komt de inhoud van de uitzendingen echter niet ter sprake; hij baseert zich op het feit dat we onze statuten en doelstellingen niet hebben laten kennen aan de bisschop en geen toelating gevraagd hebben om te functioneren.
Nu is het zo dat we helemaal geen statuten hebben en geen "associatie" willen zijn zoals het kerkelijk recht dat bepaalt. We zijn alleen maar een informele groep van mensen die vanuit een evangelisch inspiratie en kerkelijke tradities iets willen doen ten dienste van de samenleving.
En nu? We blijven intern verder werken, onder andere met een onderzoek rond de socio-religieuze problematiek. We vertrouwen we op dat alles wel weer goed komt. Ik hou jullie op de hoogte. Spijtig dat we in dergelijke legalistische zaken tijd en energie moeten steken. Maar het is meteen een gelegenheid tot conscientisatie.
3. Intussen gaat het veranderingsproces in Bolivia zijn gang. Het is intussen steeds duidelijker een herverdelingsproces geworden: Wie moet wat inleveren en hoe worden de staatsinkomsten verdeeld? Zo gaat dat nu eenmaal in de politiek.
En dat zorgt voor spanningen en scheuren, druk en repressie, verdeeldheid en corruptie, en soms (maar te weinig) dialoog en consultatie. De koek is groter geworden en er wordt naar gestreeft dat de armsten en zwaksten daar beter van worden. Maar er is nog zoveel te doen. Men is nog steeds te volle bezig met het uitdokteren van controle-systemen via nieuwe wetten.
4. Ons CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) heb ik mij mijn terugkeer in volle activiteit aangetroffen. Nog steeds gaat de aandacht allereerst uit naar controle op de vervuiling van water, grond en lucht en het zoeken naar alternatieven en herstel. Minder zichtbaar, maar even belangrijk, is het werk op socio-cultureel vlak met de traditionele gezagsdragers en de dirigenten van rurale gemeenschappen en wijkcomités. De Eco-jongeren hebben zopas hun jaarlijks congres achter de rug en de Eco-vrouwen blijven zich wijden aan vormingswerk en kleine onderzoekjes over concrete dagdagelijkse situaties. Ondanks Internet blijven bibliotheek en documentatiecentrum en eigen publicaties voor alternatieve informatie zorgen, vooral dan over de regionale problematiek. En nu willen we plannen voor de komende
maanden en jaren, want op nieuwe vragen willen we nieuwe antwoorden geven.
5. In de voorbije jaren heeft vooral de sociale, etno-culturele en ecologische problematiek en conflictiviteit onze agenda bepaald. Dat zal ongetwijfeld zo blijven, maar dan wel in een context van interculturaliteit; wereldvisies; interreligieuze dialoog; participatie en sociale controle; vieringen, riten en mythen; samenlevingsmodellen; filosofische beschouwingen en geloofsovertuigingen,... Dat we daarbij tegenstand en misschien zelfs repressie zullen ondervinden, nemen we er ook nu weer bij. Trouwens... verscheidene mensen van CEPA, maken meteen ook deel uit van AMERINDIA.
Gilberto Pauwels - Oruro
Thursday, March 11, 2010
Tussen twee verkiezingen in.
President Evo heeft het extra druk de laatste tijd. Na de nationale verkieizingen met een reuze-overwinning (meer dan 64%), benoemde hij zijn ministers en hun medewerkers, vooral dan de viceministers. Tegelijk kwam de campagne op gang voor de departementale en gemeenteverkiezingen die op 4 april (Pasen) zullen plaatsgrijpen. Vooral het uitkiezen van kandidaten bezorgde hem nogal wat kopzorgen. Op heel veel plaatsen hebben de kandidaten voor gouverneur, burgemeester en hun respectievelijke raden immers meteen de volle zekerheid gekozen te zullen worden.
1. Welke zijn de grootste problemen waar Evo voor staat? Allereerst de interne scheuren en afscheuringen. Ze vinden hun oorsprong niet zoveer in ideologisch verschillen, dan wel in de keuze van medewerkers en kandidaten. De alliantie van de MAS met de MSM (Beweging Zonder Vrees) van Juan del Granado, ligt aan dingelen; de MAS denkt immers hen niet nodig te hebben en het alleen wel te zullen klaarspelen. Vraag is of de MSM niet de vluchthaven zal worden van velen die zich door de MAS, - als persoon of organisatie -,gemarginaliseerd voelen en zo een soort oppositie vanbinnenuit op gang zullen brengen. Niet zonder belang is daarbij de groeiende kritische houding van etnische organisaties, die in de mate dat zij geleerd hebben aan het veranderingsproces deel te nemen, ook meer participatie eisen. Ze willen ook dat aan de "discours" over Moeder Aarde, concrete maatregelen beantwoorden. Deze interne opposities kunnen op de duur belangrijker worden dan de externe controle van de traditionele partijen en tegenstanders
2. Een tweede probleem is de corruptie. De regering wil die met alle macht indijken, maar het blijft een moeilijk probleem. Teveel groepen en personen werden lid van het apparaat van de staat, niet uit overtuiging of met visie, maar gewoon om hun stukje van de taart mee te pikken, waar ze om een af andere reden menen recht op te hebben of dan toch dat recht hebben kunnen afdwingen. Het zijn niet altijd de meest bekwame of gemotiveerde mensen die op de juiste plaats terechtkomen. De stijgende coca-productie voor cocaine-uitvoer, maakt deel van uit van die tendens tot onwettelijkheid.
3. De hoofdvraag is echter wat president Evo en zijn entourage met hun haast ongeremde macht zullen doen. Nu wordt nog veel rekening gehouden met de komende verkiezingen, pas daarna zal tenvolle blijken welke de bedoelingen zijn. Nogal wat mensen drukten echter, bevoorbeeld, hun bezorgheid uit over het feit dat Evo per decreet nieuwe rechters aanduidde, terwijl die grondwettelijk door de Plurinationale Vergadering (m.a.w. het Parlement) moeten verkozen worden. Dit lijkt een veelbetekenend signaal, een antecedent dat om waakzaamheid vraagt.
4. Het is feit dat er een veranderingsproces op gang is gebracht dat op participatie, herverdeling, respect voor de fundamentele rechten van de mens en voor de verscheidenheid gegrondvest is, en dat niemand dat nog zal kunnen tegenhouden. Maar stilaan wordt de overtuiging scherper gesteld dat het veranderingsproces één gegeven is en dat de regering van Evo iets ánders is; dat de twee niet noodzakelijk en in alles samenvallen. En daar groeien vragen rond. Welke bijdrage kunnen wij als kerken en NGO's daarbij leveren? Hoe kunnen wij het veranderingeproces en de concrete realisaties in deze richting ten volle blijven steunen, zonder daarbij onze kritisch functie binnen de samenleving ten aanzien van regering én oppositie te verliezen?
Ik ben voor het ogenblik in Santa Cruz. Met een aantal organisaties zullen we ons gedurende een paar dagen over deze problematiek buigen.
5. Dank zij de vastencampagne van Broederlijk Delen komt Bolivia wat meer ter sprake in Vlaanderen. Daar zijn we blij mee. De klimaatsveranderingen en de bijhorende waterproblematiek zijn fundamenteel voor de toekomst van het land. Om die het hoofd te bieden zal iedereen zich moeten inzetten, want zij doordingen alle facetten van het leven. Dit zijn de ware "gemeenschappelijke vijanden" waartegen we allemaal samen ten strijde moeten trekken, als we tenminste geloven in de eeuwenoude droom en belofte dat een "andere wereld" mogelijk is, waar "goed leven" voor iedereen gewaarborgd zal zijn.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Wednesday, January 20, 2010
Krachtlijnen voor morgen
Een nieuw jaar is hoe dan ook een nieuw begin, al zijn er veel processen die gewoon doorlopen. Als CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) keken we even achterom, maar vooral vooruit. Het vorige jaar is goed geweest, met tastbare resultaten. 2010 dient zich aan, boordevol kansen en verwachtingen. Enkele krachtlijnen, sporen in een open vlakte.
1. Dat de rivieren en de vlakte tussen het mijngebied van Huanuni en het Uru Uru- en Poopó-meer tot
milieu-noodgebied werden uitgeroepen dank zij de acties van CORIDUP, de organisatie van aangetaste boerengemeenschappen, was een meevaller en is nu een onomkeerbaar feit. Het is meteen onze grootste uitdaging voor het nieuwe jaar: CORIDUP blijven steunen om er voor te strijden dat die dertig beloften-volle bladzijden in concrete acties worden omgezet.
2. Dat de milieu-audit van de goudmijn Kori Kollo (Inti Raymi), nadat we er samen met de lokale gemeenschappen gedurende jaren voor opkwamen, van start is gegaan, is een voltreffer, maar met een staartje: de uitvoerders en controleurs waarborgen, in onze ogen, niet ten volle een transparent en onafhankelijk onderzoek. Wat we jaren hebben betracht, samen met de Indiaanse gemeenschappen, hebben we niet helemaal kunnen afdwingen. Extra waakzaamheid geboden dus, in het nieuwe jaar. Het is nu of nooit en het gaat om het allereerste sistematisch onderzoek betreffende de ecologische gevolgen van een mijnbedrijf in Bolivia. Inti Raymi is intussen doorverkocht door de multinationale goudreus Newmont aan een nationaal bedrijf. Welke erfenis laat Newmont achter, nu zij uit het land zijn weggetrokken?
3. Er komt stilaan een milieubeweging op gang in Oruro, vooral tégen zwerfplastiek en vóór zuiver water, tégen vuilnis en vóór meer plantengroen, overwegend onder de jongeren. Moeder Aarde van de Andes zit in de lift. En het is nog maar een begin. Dus moeten wij er mee doorgaan,... met de School voor Milieuleiders, en die voor het Water, vorming van leraars, exposities, de Blauwe Octobermaand (rond de waterproblematiek) en allerhande bewustmakingsacties. 2010 werd trouwens door de UNO uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Biodiversiteit en de Ontmoeting tussen Culturen, de twee hoofdtema's van CEPA.
4. De toeloop naar bibliotheken worden bedreigd door Internet, zegt men, maar daar ondervinden we weinig hinder van. We hebben immers geopteerd voor publicaties over natuur, culturen en volkeren in eigen streek, informatie waar elders weinig over te vinden is. CEPA heeft trouwens zelf ook weer dit jaar, samen met anderen, negen boeken en boekjes uitgegeven (over mijnvervuiling en mogelijke remedies; milieuwetgeving; migratie naar Spanje; de situatie van het Uru Uru-meer; interculturaliteit; etniciteit in Bolivia; dagboek van een soldaat van Oruro in de Chaco-oorlog; Inca-geschiedenis). Als we er tijd en fondsen voor vinden, beginnen we dit jaar met zwerfbibliotheekjes, kistjes met een honderdtal boeken die in buitenwijken van de stad en rurale gemeenschappen circuleren.
5. Tegenwoordig heeft men het ook hier vooral over de aanpassing aan de klimaatsveranderingen. Bijna de hele ontwikkelingsproblematiek wordt in die trechter gegoten. Persoonlijk heb ik wel vragen over hoe we dit tema moeten aanpakken. De problematiek is niet zo nieuw voor de mensen. Sinds eeuwen bestaan er grote klimaatsverschillen in de Andes; een of meerdere jaren met een haast totale droogte wisselen af met andere met zware overstromingen. De voorouders hebben met dat wispelturige klimaat leren leven en hebben er tal van technieken tegen ontwikkeld. Maar ja, inderdaad, intussen is veel daarvan verloren gegaan... en straks komen we wellicht voor totaal nieuwe fenomenen te staan. Het zogenaamde "eeuwige" ijs in de Andes, is aan het smelten.
6. Dit jaar willen we ons onderzoek toespitsen op interetnische relaties met het oog op de uitbouw van een interculturele samenleving op basis van gelijkwaardigheid tussen volksgroepen. We zullen het doen enerzijds vanuit de Chipaya-groep (de meest uitgesloten inheemse groep) en anderzijds de Aymara-elites, die deels uit diezelfde grensstreek met Chili afkomstig zijn. Hopelijk kunnen we zo iets bijdragen tot een beter verstaan en begeleiden van het huidige veranderingsproces in Bolivia dat een zekere autonomie voor diverse volksgroepen voorstaat.
7. 2010 wordt ook het jaar van wetswijzigingen. De haast totaal vernieuwde "Vergadering van de Plurinationale Staat" (zo heet nu het Parlement van Bolivia) heeft heel wat werk voor de boeg om alle wetten aan de nieuwe Grondwet aan te passen. Het komt er nu dus vooral op aan de participatie te bevorderen in de verschillende organen en bijeenkomsten voor volksraadpleging waar de kans gegeven wordt voorstellen te formuleren of te verwerpen. Tot nu toe werken we als CEPA mee op het vlak van mijnbouw, bosbouw in Oruro en milieuverordeningen.
8. Maar wat kan het meest vernieuwende zijn in dit pas ingezette jaar? Naar de diepte graven! Het is niet voldoende te blijven op het technische, socio-economische en juridische niveau van het huidige veranderingsproces. Als het proces zich niet doorzet op het vlak van visies, spiritualiteiten, waarden, motiveringen, houdingen, symbolen,... zou alles wel eens kunnen leeg- en vastlopen. Op dat dieperliggende vlak uiten zich fundamentele tegenstellingen en onbenutte kansen. Een van de instrumenten die we daartoe willen benutten is meewerken aan de reflectie-en communicatie-groep AMERINDIA Oruro, een groep mensen die, met alle beschikbare middelen, een open dialoog rond samenleving, culturen, wereldvisies en religies wil in stand houden en bevorderen.
Ik wens jullie allen een tof 2010 toe, met nieuwe antwoorden op nieuwe en eeuwige vragen.
Gilberto Pauwels
Oruro, Bolivia.
Tuesday, December 15, 2009
Bolivia: de stem van het volk.
Dag elkeen,
Bijna tien procent vooruitgaan na vier jaar regeren en 63 % halen; in zes van de negen departementen meer dan 50 procent krijgen - nergens minder dan 37 - en in drie departementen zelfs rond de 80 procent; de steun ontvangen van acht op tien mensen in La Paz en vier op tien in Santa Cruz; in elk departement minstens twee, soms drie of zelfs vier senators halen op een totaal van vier en zo de 2/3 meerderheid in de senaat verzekeren, net zoals onder de volksvertegenwoordigers,.... tja, veel beter kon Evo Morales niet verwachten.
Wat staat ons nu te wachten? Tien invalshoeken...
1. De nieuwe regering van Evo Morales krijgt straks de volle verantwoordelijkheid voor het bestuur van het land. Tot nu toe kon men de senaat, waar de oppositie de meerderheid had, deels de schuld geven van wat verkeerd liep, gezien daar honderden wetsvoorstellen werden geblokkeerd. Nu niet meer.
2. De oppositie is verdeeld en biedt geen alternatieven. Blijkbaar zullen het eerder de volksorganisaties en de burgerlijke samenleving als zodanig zijn, die voor sociale controle en vernieuwing zullen moeten zorgen.
3. Begin april zijn er departementale en gemeenteraadsverkiezingen. Er is een proces van decentralisering (regionale autonomie) op gang gebracht en bij die gelegenheid zal de oppositie proberen wat regionale besturen in handen te krijgen.
De uitslag van de nationele verkiezingen tekent hen een weinig rooskleurige toekomst. Of slagen ze er deze keer dan toch in hier en daar een eenheidsfront te vormen?
4. Nu de MAS geen gemeenschappelijke valabele tegenstrever meer heeft, zullen de interne tegenstellingen binnen de regeringspartij zich wellicht accentueren, mogelijks reeds bij het aanstellen van kandidaten voor de verkiezingen, die vaak de volle zekerheid zullen hebben gekozen te worden. Tot nu toe is het gezag van president Evo bij benoemingen onaangetast gebleven. Maar zal dat zo blijven? Een voorbeeld: de viering van de verkiezingsoverwinning gebeurde in Oruro op twee verschillende plaatsen en ongetwijfeld is een deel van de mensen thuisgebleven om zich niet met een van de twee groepen te moeten identificeren.
5. In de toespraken na de verkiezingen kwam vaker "socialisme" ter sprake dan wel "inheemse volkeren". Het gros van de steun aan Evo ligt nochtans bij deze laatsten. De al te theoretische beschouwingen van de regeringsinstanties slaan echter niet aan bij de basisgroepen. Verwacht men dat de etnisch ideologie zal leegbloeden? Dat zou wel eens een verkeerde berekening kunnen zijn, want versnelde socio-culturele veranderingen betekenen niet noodzakelijk verlies aan etnische identificatie. Modernisering leidt niet automatisch tot het afzwakken van etnische zelfbevestiging, soms zelfs integendeel. Als men wereldvisies, traditionele mystiek en gebruiken laat verkommeren, zal men noodgedwongen moeten terugvallen op een maatschappij met meer controle-mecanismen en dwangmaatregelen. Het veranderingsproces zou daarbij wel een zijn eigen karakter kunnen verliezen. Mogelijks zal men zich daar rekenschap van geven, gezien de buitenlandse interesse voor de "presidente-indio".
6. We stevenen af op een toenemende deelname aan de comsumptie-samenleving. Zal de staat aan de stijgende
behoeften kunnen blijven voldoen? Als het om comsumptie van eigen productie gaat, kan dit de economie aanzwengelen,
maar wat zullen de gevolgen zijn als het vooral om import gaat?
7. Vier jaar regeren is voor vele mensen, zonder ervaring in dat soort dingen, een leerproces geweest. Zal men op een
evenwichtige manier vernieuwing en continuiteit men mekaar kunnen verzoenen? Men kent nu het klappen van de zweep, de achterpoortjes en kronkelwegen van de politiek. Zal dit ten goede of ten kwade inwerken?
8. Bovenstaande bedenkingen doen me besluiten dat Evo Morales nu op zijn hoogtepunt is. Zijn rol zal stilaan kleiner worden en de volkssteun aan het proces zal daaronder lijden. Hij heeft reeds gezegd dat hij zich bij de volgende verkiezingen, binnen vijf jaar, geen kanidaat meer zal stellen, ook al kan het wettelijk. Het veranderingsproces zal doorgaan, maar veel zal afhangen van het op tijd vinden en klaarstomen van een geschikte, voor velen aanvaardbare plaatsvervanger. Loopt Evo gevaar? Kan hij plots wegvallen? Me dunkt dat het gevaar op een ongeval groter is dan de waarschijnlijkheid van een aanslag. Met het oog op de april-verkiezingen, reist Evo opnieuw, elke dag, naar meerdere plaatsen in het land.
9. En de kerk? De verkiezingen binnen de bisschoppenconferentie hebben niet tot ingrijpende veranderingen geleid, ook al zijn er verscheidene bisschoppen die binnen een paar jaren de leeftijdsgrens van 75 bereiken. Kardinaal Julio Terrazas (73) blijft president. De kerkleiding lijkt te blijven treuren om het machtsverlies en deelt de angst van de wereldkerk voor een aantal thema's. Vandaag, in het radioprogramma van de groep AMERINDIA, hebben we ons de vraag gesteld of de kerk al die organisaties en mensen die zij zelf oprichtte en vormde en die zich nu blijvend inzetten voor "een andere wereld" binnen allerhande samenlevingsstructuren, niet al te zeer in de steek heeft gelaten.
10. Een toemaatje. Vandaag kwam Víctor Hugo Vásquez op bezoek. Hij is Aymara, afkomstig van Orinoca, het dorpje van Evo; is antropoloog van vorming en nam deel aan de grondwetgevende vergadering. In CEPA nam hij deel aan meerdere onderzoeksprojecten, onder andere over de campesino-markt in de wijk Kantuta. Ik begeleidde zijn thesis over het gemeenschappelijk vangen en scheren van vicuna's. Vandaag vertelde hij dat wat hem vooral op weg heeft gezet de cursus geweest is, die Marcos Van Ryckeghem, Oblaat en landbouwingenieur, gaf aan de antropologen in de universiteit van Oruro. Sinds een paar maanden is Víctor Hugo nu immers.... vice-minister voor rurale ontwikkeling. De grootste uitdaging waar hij voor staat is het organiseren van een rurale productieverzekering tegen droogte, overstromingen, vorst en hagel. Maar ook tal van andere productieprojecten staan op stapel en maatregelen tegen de klimaatsverandering. En zo is er elke dag wel een of andere aanwijzing dat er echt wel iets ten goede aan het veranderen is Bolivia. Jammer dat we er niet méér kunnen voor doen.
Met hartelijke groeten,
Gilberto Pauwels
Oruro - Bolivia
Saturday, October 31, 2009
DECRETO SUPREMO 0335: Voor Moeder Aarde.
Er kwamen tranen van vreugde bij te pas, toen de goedkeuring van het decreet werd bekendgemaakt. Enkele honderden mensen hadden zich reeds opgesteld om van El Alto naar het centrum van La Paz af te dalen. Ze dachten dat men hen eens te meer bedrogen had. Ze waren van Oruro gekomen om hun eis kracht bij te zetten dat het gebied tussen de tinmijn van Huanuni en het Poopó-meer tot milieu-noodgebied zou uitgeroepen worden. Toen ze wilden vertrekken, kwam de minister van milieu, Pablo Ramos, dan toch in een taxi aangereden. Hij kwam vertellen dat, op uitdrukkelijk bevel met president Evo Morales, het voltallige kabinet zopas het decreet ondertekend had.
1. De vraag om het waterbekken van Huanuni tot ecologisch noodgebied uit te roepen is reeds een paar jaar oud. CORIDUP het coordinatie-orgaan van tachtig rurale gemeenschappen die zich door de vervuiling van de mijnbouw benadeeld weten, hield het proces aan de gang via een geduldige dialoog met de verantwoordelijken van de mijn en de regionale en nationale gezagsdragers. In mei beschreven we de grootscheepse inspectie door vertegenwoordigers van verscheidene viceministeries. Een paar weken geleden hadden we het nog over de ontgoocheling wegens het uitblijven van maatregelen en de aankondiging van acties. Een mars op La Paz heeft het beoogde resultaat opgeleverd. Waarom is het dan toch gelukt, vragen velen zich af.
2. De tegenstand kwam de mijnwerkersorganisaties die vrezen dat de afkondiging tot noodgebied tot het sluiten van mijnen zal leiden. Er waren ook (vice)ministers die tegen het decreet in verzet kwamen omdat ze vinden dat de saneringsonkosten van het gebied voor de staat veel te hoog zullen oplopen, vooral gezien dit geval als antecedent kan dienen voor gelijkaardige situaties elders in het land.
3. Maar de omstandigheden waren gunstig. Vorige week kwam de president van Ecuador op bezoek in Huanuni en hij maakte een opmerking over de toch wel verregaande vervuiling door de mijnontginning. En president Evo Morales werd onlangs op wereldvlak tot verdediging van Moeder Aarde uitgeroepen. Felix Laime, president van CORIDUP, speelde daar handig op in. Hij eiste dat de woorden in het buitenland in daden voor eigen volk zouden omgezet worden. De mars werd voorgesteld, niet als een protest tegen de regering, maar als een oproep om het aangekondigde veranderingsproces ook effectief door te voeren. Niet tegen Evo, maar vóór hem, tegen groepen en personen die zijn plannen dwarsbomen. En het lukte. Dat de verkiezingsstrijd intussen is losgebarsten, zal ook wel meegespeeld hebben. De oppositiepers gaf veel ruchtbaarheid aan de protestacties, in de overtuiging dat het op een sisser zou uitlopen en het imago van de president zou aantasten. En dat lukte niet.
4. Het decreet voorziet helemaal niet het sluiten van bedrijven en beperkt zich tot de vier gemeentes in het gebied tussen de mijn en de meren: Huanuni zelf, Machacamarca, El Choro (met Challacollo) en Poopó. De voorziene maarregelen zijn indrukwekkend: het verhinderen van verdere vervuiling door de bouw van dammen, door controle van vroegere mijnafval en waterbeheer; recuperatie van gronden met steun aan landbouw en veeteelt; drinkwater en afvalverwerking voor mijncentra en dorpen; milieu-opvoeding in bedrijven en educatieve centra; gezondheidszorg; onmiddellijke noodhulpverlening; sociale controle op de uitvoering, o.a. door CORIDUP. Zeven ministeries, de prefectuur, de vier gemeentebesturen en het staatsbedrijf COMIBOL zijn bij de uitvoering betrokken. Het betreft een tienjarenplan.
5. De mensen van CORIDUP zijn dolgelukkig en zijn CEPA heel dankbaar, want de brieven, petities, documenten, inspecties, tientallen vergaderingen in Oruro en La Paz, conscientisatie in de dorpen, analyses van gronden en waters, persberichten, artikels, mobilisaties,... waren alleen mogelijk mede dank zij het ononderbroken werk van Limbert, Clemente, Jaime, Jhonny, Norma, Alicia, Eveline,... van CEPA. Wijzelf denken vooral aan die meestal al wat oudere mensen die opstapten naar La Paz, om hun enig bestaansmiddel te redden: de grond en de waters van hun voorouders, Moeder Aarde. En aan de organisaties, groepen en families in het Noorden die CEPA hebben mogelijk gemaakt.
6. Onwillekeurig moet ik denken aan het bijbelse verhaal van de broodvermenigvuldiging. Enkele mensen uit het volk van het Noorden hebben iets aangeboden: zoiets als wat brood en een paar vissen, laat ons zeggen. Daarmee heeft CORIDUP, een volksorganisatie uit het Zuiden een grootscheepse actie voor sociale en milieu-gerechtigheid op gang gebracht voor een ganse streek.
Maar de verantwoordelijkheid waar we nu voor staan is ontzettend groot: zorgen dat dit decreet, een dertig bladzijden tellend document dat we mee hebben opgesteld, geen dode letter blijft. Dat zal eens te meer veel geduld vragen, doorzettingsvermogen, drukkingsmiddelen, desnoods mobilisaties. Maar als we daarmee kunnen bekomen dat de nationale, regionale en lokale besturen aan de noden van een arme en verontrechte bevolking tegemoet komen en hen een betere toekomst mogelijk maken, dan hebben we ons doel bereikt.
Gilberto Pauwels
Oruro - Bolivia
Sunday, October 11, 2009
Bolivia: werken aan verandering.
De meest aangehaalde, maar vrij vage belofte van de regering van Evo Morales was en is nog steeds dat er verandering zal komen. Hoe staat het nu met dit veranderingsproces? In hoeverre is dit voelbaar in het leven van de gewone mensen en de gemeenschappen? Op welke manier zijn wij als CEPA (Centrum voor Ecologie en Andersvolkeren) daarbij betrokken?
1. De activiteiten van CEPA van de laatste dagen hadden vooral betrekking op het aanpassen van de bestaande wetgeving aan de nieuwe Grondwet die onlangs werd goedgekeurd. Zo waren we betrokken bij de organisatie van een tweedaagse om voorstellen te doen voor een nieuwe milieuwetgeving; twee dagen ook om de Código Minero aan te passen; gisteren werd het reglement van de wet op de bescherming van in het wild levende dieren en planten onder de loep genomen en vorige week was het reglement van een specifieke wet op de (her)bebossing van Oruro aan de beurt. Dit alles grijpt plaats in samenwerking met de lokale en nationale regering en parlementsleden (nu Asamblea del Estado Plurinacional genoemd). Wetten goedkeuren en effectief doen naleven, zijn natuurlijk twee verschillende zaken, maar dat aan dergelijke bijeenkomsten telkens 100 tot 160 mensen deelnemen is toch wel een uitzonderlijk fenomeen, dat wijst op het verlangen tot participatie aan het bestuur.
2. Nog meer vergaderingen en activiteiten hadden de mensen die direct bij de verdediging van het milieu betrokken zijn. Het programma voor een Blauwe October werd op een persconferentie voorgesteld. Een maand lang zal de bevolking met allerlei acties bewust gemaakt worden van de noodzaak onze rivieren en meren te respecteren en te beschermen. De omwonende gemeenschappen die zich organiseerden precies om hun watergebieden te verdedigen (CORIDUP) zijn echter ontgoocheld. Daadwerkelijke beslissingen vanwege de regering betreffende de Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer (milieu-audit en verklaring tot emergentiezone) blijven uit. Vrijwel dagelijks gaan er werkvergaderingen door in de verschillende dorpen en trekt men van Pontius naar Pilatus in de ministeries in La Paz. Als het volgende week niet tot de beloofde maatregelen komt, zijn vanaf maandag 19 october drukkingsacties in het vooruitzicht gesteld.
De discours van Evo Morales in het buitenland ter verdediging van Moeder Aarde worden wel eens afgewogen tegen de feitelijke praktijken van zijn regering en het verschil tussen beiden is groot. In de conflicten tussen de extractieve industrie (mijnbouw, petroleum en straks lithium) voelen de Indiaanse gemeenschappen zich onvoldoende beschermd en in aanmerking genomen (respect voor kwetsbare gebieden, recht op inspraak, vergoeding voor geleden milieuschade en recht op deelname in de winst).
3. Wat socio-culturele en milieu-onderzoeken betreft en hun toepassingen, staat heel wat op stapel. Nu er studies rond verzilting en vervuiling door mijnwater (met arsenicum, lood, cadmium,..) afgerond zijn, staan we mee voor de opdracht aan bruikbare en betaaalbare drinkwaterfilters te werken.
Ook is dezer dagen een groep tecnici uit Oostenrijk aan het werk rond zonne-energie en het boren van waterputten.
Zes onderzoeksprojecten rond milieu en quinua-teelt zijn van start gegaan op initiatief van PIEB (Programa voor Strategisch Onderzoek in Bolivia), met de medewerking van CEPA. De grote vraag naar quinua vanuit Europa bracht niet alleen grote prijsstijgingen teweeg, zodat de consumptie voor de lokale bevolking onbetaalbaar wordt, maar heeft ook tot onaanvaardbare productiemethodes geleid, die gronden en natuur onherstelbare schade toebrengen.
Wat studies over racisme en interetnische relaties betreft, heeft PIEB op nationaal vlak zes projecten goedgekeurd, waaronder - tot onze grote verbazing - twee van CEPA. Dat zal ons in staat stellen onderzoek te verrichten naar socio-culturele relaties en etnische identificaties onder de Indiaanse bevolkingsgroepen, enerzijds bij de armsten (de Uru Muratos, vissers van het Uru Uru en Poopó-meer) en anderzijds ook bij de rijksten (de Aymaras van de grensdorpen met Chili). Vroeger was de (blanke) stadbevolking vooral bang voor de eisen van verarmde campesinos en mijnwerkers; nu voelt men zich evenzeer bedreigd door enkele economisch sterker wordende Andesgemeenschappen, die bevoorbeeld, als er onroerende goederen in centrum van de stad te koop worden aangeboden, deze naar zich toehalen. De Andesvolkeren veroveren de steden, schreven we vroeger reeds.
Het is ongetwijfeld een positieve evolutie dat er de jongste tijd steeds meer onderzoekswerk wordt verricht dat gericht is op het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke problemen en dat er bij het ontwikkelingswerk stilaan meer met sociologische en antropologische studies rekening wordt gehouden.
4. Intussen is het ook duidelijk geworden dat er geen sprake is van een kerkenvervolging in Bolivia. Er werd een nieuwe samenwerkingsovereenkomst ondertekend tussen de staat en de katholieke kerk wat onderwijs, gezondheidszorg en sociale werken betreft. Nu de verkiezingsstrijd is ingezet, proberen rechtse oppositiepartijen nog wel zich op te werpen als de verdedigers van kerk en geloof. De bisschoppenconferentie heeft het daarom zelfs nodig gevonden het misbruik van misvieringen en andere religieuze manifestaties voor politieke doeleinden, publiekelijk te veroordelen.
Toch is de spanning niet helemaal verdwenen. De kerkleiding blijft wantrouwig ten aanzien van de regeringspolitiek. Binnen de kerk zelf komt men bij "het lezen van de tekenen van de tijd" tot uiteenlopende conclusies en dat komt o.a. tot uiting bij het formuleren van prioriteiten en verwachtingen ten aanzien van de Permanente Missie die nu, op voorstel van de Bisschoppenconferentie van Aparecida (2007), overal op gang wordt getrokken. Het continentale netwerk AMERINDIA heeft er een boek over uitgegeven ("La Misión en Cuestión", Bogota, 2009) in de hoop een stimulans te geven aan het bewaren en vooral het actualizeren van het erfgoed van de Latijnsamerikaanse Conferenties van Medellín, Puebla, Santo Domingo en Aparecida. Als AMERINDIA-groep in Oruro trekken we aan dezelfde kar. De aanzet tot structurele en mentaliteitsveranderingen die dank zij de bevrijdingstheologie en de kerkelijke basisgemeenschappen tot stand kwam, mag niet verloren gaan.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Tuesday, August 25, 2009
Omzien naar de toekomst.
Er zijn antropologen die beweren dat voor Andesvolkeren de toekomst (het ongeziene, nog ongekende) zich achter de rug bevindt, terwijl zij het verleden (het reeds gekende, beleefde) voor ogen zouden te hebben. Over de geldigheid van deze stelling, willen we het nu niet hebben. Laat ons gewoon enkele recente feitjes bekijken om zo een blik op te vangen van wat de toekomst ons verborgen houdt. Er is de laatste twee maanden zoveel om handen geweest, dat we alleen maar enkele tema's eventjes ter sprake kunnen brengen.
1.Politiek. Voor begin december zijn nationale verkiezingen uitgeschreven, en dus is de strijd reeds aan de gang. Evo Morales is opnieuw presidentskandidaat en heeft alle reden om zich zelfzeker op te stellen. De volkssteun is groot. De oppositie lijkt noch programa, noch eenheidskandidaat te hebben. Een dozijn gegadigden schuiven zichzelf naar voren en blijkbaar wil niemand van wijken weten. De geschiedenis leert echter dat men vaak tot het allerlaatste moment terrein en stemmen zoekt te veroveren, om dan uiteindelijk toch bij te draaien om zich op zijn minst van een regionale vertegenwoordiging of machtspositie te verzekeren.
2. Kerken. Op de nationale feestdag (6 augustus) opteerde de kerk ervoor niet deel te nemen aan interreligieuze of oecumenische vieringen, maar wel in de kathedralen het Te Deum te behouden, ongeacht de deelname van gezagsdragers.
Er werd, na deze en andere krachtmetingen, dan toch zopas een nieuwe overeenkomst voor vijf jaar ondertekent die ruime mogelijkheden en vrijheid biedt aan de katholieke kerk voor haar religieuze en sociale activiteiten. Dit bewijst niet alleen dat er van kerkvervolging geen sprake is, maar ook dat men in verkiezingstijden behoedzaam afweegt hoe men het meeste stemmen kan behouden of bijwinnen.
3. Plurinationale staat. Ter gelegenheid van de nationale feest heeft er in telkens een andere departement een optocht plaats van militairen en afgevaardigden van de 36 naties die Bolivia rijk is. Dit jaar was Oruro aan de beurt. Een groep Vlamingen, op inleefreis met Broederlijk Delen, konden een glimp opvangen van de trots en de zelfzekerheid op de gezichten van duizenden traditionele leiders die in volle ornaat aan de optocht deelnamen.
Daarna konden ze vaststellen hoe in de dorpen de laatste jaren toch wel vernieuwing en verbetering is gekomen.
En tenslotte mochten ze een paar dagen meeleven met families in afgelegen boerderijtjes, waar toch zo weinig op verandering en ontwikkeling wijst. Mensen die meer mogelijkheden verwerven, investeren die niet in hun voorouderlijke woon- en werkplaats, maar in het hoofddorp en de steden. Welke toekomst is er voor de heroplevende Andesvolkeren weggelegd?
4. Mijnbouw. Het lag in de lijn van de verwachtingen en zo gebeurde: de multinationale goudreus Newmont verkocht Inti Raymi (goudmijnen Kori Kollo en Kori Chaca bij Oruro) aan een Boliviaanse maatschappij, onder voorwaarde dat die alle sociale en ecologische schulden op zich nam. De winst is afgeroomd, de Bolivianen moeten het nu maar onder mekaar uitvechten.
Intussen werken we verder aan vervulling van de beloften en de overeenkomsten die de overheid, meerdere mijnbedrijven en tientallen geaffecteerde rurale gemeenschappen een paar maanden geleden tijdens werkvergaderingen hebben besproken en ondertekend.
Ook hebben we vorige week op CEPA bezoek gekregen van een afvaardiging van de UNO om de mijn-milieuproblematiek in Oruro te bespreken.
Onlangs zijn ook de vier mensen van CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) en CORIDUP (Coordinatie-orgaan onder rurale gemeenschappen ter verdediging van de Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer) die naar een vormingssessie en bijeenkomst trokken, georganiseerd door CATAPA (Vlaamse solidaire vrijwilligersorganisatie) in Guatemala rond mijn- en milieuproblematiek, vol goede moed teruggekeerd om verder de strijd aan te binden tegen de mijnvervuiling van waters en gronden.
5. Onderzoek. PIEB (een programa voor sociaal onderzoek in Bolivia, in Oruro vertegenwoordigd door CEPA) schreef verscheidene wedstrijden uit. Onlangs werden de eindverslagen van de zes onderzoeken, ja, ook al over vervuiling door mijnbouw, voorgedragen.
Voor onderzoeken rond de quinua-teelt in Oruro en Potosí en het impact op de eco-sistemen werden 28 voorstellen ingediend en voor studies over racisme en interetnische relaties op nationaal vlak 39 proyecten, waaronder meerdere door CEPA. Jammer genoeg, zullen heel weinig voorstellen voor subsidie in aanmerking komen.
Morgen stellen we in de prefectuur vier eigen CEPA-uitgaven voor, over de ecologische situatie van het Uru Uru-meer,
over milieuwetgeving en met een reeks studie en voorstellen over hoe de mijnvervuiling aan te pakken.
Een tijdje geleden was Koen de Munter hier voor de presentatie van het boek over interculturaliteit die hij samen met
mensen hier ter plaatse bijeenschreef en tot vorige week was Anton, ook van de universiteit van Gent, grond-en watermonsters aan het nemen tot op de bodem van de goudmijnput van Kori Chaca.
Er worden grote inspanningen geleverd om kennis te verwerven, te begrijpen wat er gaande is en te vinden waar de oorzaken van en de oplossingen voor de problemen liggen.
6. Jongeren. Maar het mooiste aanbod uit het verleden met hoop voor de toekomst, kwam deze week dan toch van jongeren. Aan hen hebben we trouwens ons wekelijks radioprogramma "Context" van de groep Amerindia gewijd.
Een dozijn jonge mensen, die tien jaar geleden als adolescenten onder de stuwing van Sari Stoops, toen hier vrijwilligerster van Broederlijk Delen, de jeugdwerking rond de milieuproblematiek in CEPA op gang trokken, kwamen bijeen. Toen ze het middelbaar onderwijs beeindigden hadden ze mekaar uit het oog verloren; intussen zijn de meesten afgestudeerd. Sommigen hadden mekaar in jaren niet meer gezien. Ze stellen voor binnen CEPA hun werkgroep Agenda 21 opnieuw op te starten. Wat hebben we hen te bieden?
Hun getuigenissen over wat CEPA voor hen heeft betekend, heeft me alvast gesterkt in de overtuiging dat het goed is bovenal te investeren in de vorming van mensen. Vorige week heeft binnen CEPA de School voor Milieuleiders haar vormingsciclus beeindigd en volgende week begint de Waterschool (
Gilberto Pauwels
CEPA Oruro