Wednesday, April 27, 2011
Boliviaanse agenda
Dit is een goeie gelegenheid om het eens te hebben over waar CEPA in deze context mee bezig is. Voor wie rond productie en inkomen werkt, lijkt het aangewezen om zich op rechtvaardige verdeling
te concentreren. Als "Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren" (CEPA) is het ons echter - 15 jaar al - om natuur en culturen te doen.
1. Ons "paradepaardje" is het Decreet 335. Vanuit CEPA ontstond een steeds maar aangroeiende organisatie van tientallen door mijnbouw benadeelde Andesgemeenschappen (CORIDUP). Samen konden we bekomen dat het bekken van de rivier van Huanuni door de regering tot milieu-noodgebied werd uitgeroepen. De planning en uitvoering van werken om verdere contaminatie te vermijden en te redden wat er te redden valt, wordt nu dagelijks van dichtbij gevolgd.
2. Ons "vervolgverhaal" is de controle op de sociale en milieu-gevolgen van de twee mijnen voor goudwinning van het bedrijf Inti Raymi. De operaties waren reeds rentabel toen het goud aan 300 us$ per ons stond; nu betaalt men daarvoor 1500 us$. Wie gaat met de extra-winst lopen? De aan gang zijnde milieu-audit zou normaal dit jaar moeten afgesloten worden.
3. Drie keer hebben we werkdagen georganiseerd tussen nationale en regionale regeringen, de mijnbedrijven en de door vervuiling benadeelde en bedreigde wijken en gemeenschappen. De vierde "mesas de trabajo" wil de gouverneur nu echter zelf organiseren. Wij blij, dat was de bedoeling. Maar we zullen erbij zijn, aan de zij van CORIDUP, de organisatie van de gemeenschappen. Het gaat erom afspraken te maken ter bescherming van gronden en waters en de uitvoering van vroegere beloftes af te dwingen.
Eergisteren werd aan CEPA gevraagd om, in het kader van het opstellen van de statuten van het "autonome" Oruro (de regionale "grondwet"), het voorzitterschap op zich te nemen van de commissie "water en bevloeiing".
4. Intussen gaat de vorming van mensen verder. Volgende week begint de "School van milieu-leiders" voor jongeren, en daarna ook een voor leiders van volksorganisaties, voor leraars en voor journalisten. Gedurende vier maanden komen ze elk weekend samen om bij te leren en ervaringen uit te wisselen. De bibiotheek zorgt voor lees- en kijkvoer. Gisteren was ik in Huanuni om er voor CAEP (Centrum voor volkseducatie) een virtuele bibliotheek in te huldigen, een venster op de wereld
voor een groot tinmijncentrum.
5. Gisteren kwamen dertig Urus van het Poopó-meer (Muratos) samen in CEPA, een volkje van jagers, vissers en verzamelaars. Samen met de Chipayas vormen zijn de "Nación Originaria Uru", een van de 36 naties die het plurinationale Bolivia rijk is. Het is een etnische minderheidsgroep (3000 mensen). Dank zij de nieuwe grondwet, hebben ze nu een eigen volksvertegenwoordiger en mogen eigen statuten opstellen. Het was de startvergadering van een proces om de eigen organisatie te versterken. We zullen hen daarbij een paar jaar begeleiden.
6. Niet alleen de "suyu" van de Urus komt geregeld in CEPA samen, ook de Sura (met vooral mijnbouw) en de Carangas (vooral veetelers, maar straks ook met een solfer-mijn). De Jakisa-groep (quinua- en melkproductie) verzet zich tegen het opstarten van een goudmijn door een Canadees bedrijf naast hun stuwdam en velden. Deze vier "suyus", die vooral Aymara en Quechua spreken, vormen samen de rurale bevolking van het departement, maar komen zich ook in versneld tempo in de stad Oruro vestigen. Vorige maandag hadden we de vrouwen op bezoek, voor een politieke vormingssessie.
7. Vorige dinsdag heb ik het afwateringsisteem van de stad bezocht; daar zou normaal het water van de stad (250.000 inwoners) een zuiveringsproces moeten ondergaan vooraleer het in het Uru Uru-meer terecht komt. Het zure water van de San José-mijn en twee derden van het afvalwater van de stad komt echter ongezuiverd in het meer terecht. Er werkt immers slechts één van de
vier pompen. Dit is meteen ons conscientisatie-onderwerp voor de Dag van Moeder Aarde. Later komt de vuilnisbelt aan de beurt; die zou moeten verplaatst worden.
8. Wat ik zelf het belangrijkste vind, is het opstarten en begeleiden van groepen die stilaan een eigen leven mogen leiden. Niet alleen CORIDUP. De Eco-vrouwen komen al jaren twee keer per maand samen. De Eco-jongeren zijn meer onderhevig aan de wisselvalligheden van het schooljaar. De Patrullas Ecológicas (kinderen) nemen dezer dagen de animatie van de Dag van Moeder Aarde voor hun rekening in het centrum van de stad. Jonge sociale onderzoekers (CIPS) brengen trachten discussies over actuele onderwerpen op gang te trekken.
De reflectiegroep Amerindia Oruro is niet van CEPA zelf, maar kan op onze medewerking rekenen. We komen nog steeds twee keer per maand samen om ons te bezinnen over wat in de samenleving gaande is en welke onze rol daarin kan zijn vanuit het Evangelie. Tot voor enkele maanden, brachten we dit daarna ter sprake in een wekelijks radio-programa, maar de bisschop heeft de groep elk publiek optreden verboden. Onbegrijpelijk eigenlijk, maar we laten het aan ons hart niet komen.
9. En toch is wat we ter sprake brachten en waar we nu op andere manieren mee door gaan, belangrijk. Willen we vandaag ecologie en Andesculturen ter sprake brengen, dan moeten we het ook hebben over interculturaliteit, interreligieuze dialoog en acties, dekolonisering, optie voor de armen, Moeder Aarde, uitsluiting, racisme, machtsstructuren, de relatie tussen christendom en Andesreligies, oecumene, politiek en sociaal engagement, ... Ook daarrond willen we mensen en groepen aan het werk zetten, want het zijn de thema's die morgen - nee, vandaag reeds - aan de orde van de dag zijn.
Een hernieuwende Paastijd toegewenst,
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Sunday, April 10, 2011
Overbodig?
1. Wie denkt dat BD daarmee beweert dat niemand hen nog iets vraagt of iets geeft, dat ze zelf vinden dat zij geen boodschap meer hebben, en er dus maar de brui aan willen geven, heeft het verkeerd voor. De slogan wil er integendeel toe oproepen het BD mogelijk te maken zo vlug mogelijk en zo goed mogelijk hun (uiteindelijk onbereikbare) doelstellingen te benaderen.
2. Maar van wie kan men zeggen dat zij de uitdrukkelijke bedoeling hebben zichzelf overbodig te maken en, als het lukt, dit als een succes beschouwen? Alvast een dokter of een leraar bevoorbeeld, die wil dat de zieke geneest en die aan de leerlingen kennis en waarden wil doorgeven om op eigen benen door het leven te gaan. Het komt er op aan dat zieken en jongeren "hun eigen plan kunnen trekken". In die zin is het een goeie zaak dat BD niet langer geneesheer wil zijn voor verziekte situaties in het Zuiden. Het komt niet aan BD toe hier de diagnose te stellen, de remedie voor te schrijven en die ook nog te bekostigen. Dat BD zich wil niet opstellen als "wij die het allemaal wel weten en kunnen tegenover jullie die daartoe niet in staat zijn", is ook een goede zaak. Verzaken aan dit leidende rollenpatroon zit ook vervat in de gangbare leuze: "Omdat het Zuiden plannen heeft". Bepaalde visies en praktijken kunnen inderdaad overbodig gemaakt worden in de relatie van BD met het Zuiden. Uiteindelijk zijn we allemaal in hetzelfde beddeke ziek en zijn we allen onwetend en onkundig ten aanzien van bepaalde aspecten van het leven en van de eigen problematiek van andere volkeren.
3. En wie maken zich niet overbodig? Familieleden, vrienden, bondgenoten,... BD beschouwen als alleen maar een hulporganisatie die op bepaalde plaatsen of bij een bepaalde groep een aantal jaren bijspringt om daarna ineens te verdwijnen, is toch wel een te beperkende visie op de organistie. BD kan, na 50 jaar, zichzelf niet zomaar ineens overbodig maken, zeker niet als het er op aan komt bruggen te bouwen, banden te smeden, kabels te trekken tussen Zuid en Noord, vanuit de overtuiging dat een andere wereld maakbaar is, rekening houdend met de eigen plannen van de volkeren van het Zuiden.
4. Voor dergelijke situaties hebben we in het Vlaams een mooie uitdrukking. Die van het kind en het badwater, niewaar. 't Is goed, gooi het badwater maar weg; het is al lang overbodig geworden. Maar laat ons samen goed zorgen voor het kind dat intussen groter is geworden: de Zuid-Noord-Zuid relatie, aan de basis.
Gilberto Pauwels
Oruro - Bolivia
Thursday, March 10, 2011
Maskers in Oruro.
1. Het waren de bewoners van een mijnwerkerswijk die er, bijna anderhalve eeuw geleden, toe kwamen het duivelsfeest te laten versmelten met de Mariaverering, en zo zagen we een paar dagen geleden duizenden gemaskerde, geschilderde en gekostumeerde duivels, zwarten, Inkas, woudindianen, herders, landbouwers,... de knieval doen voor een schilderij van Maria Lichtmis met een mijnwerkerskaars uit lama-vet in de hand. Is dat een toonbeeld van de onderwerping van de Andeswereld aan de eertijds mee-koloniserende kerk of is het (wordt het) een uitdrukking van de "reconquista", de herovering van het territorium van de stad door zich bevrijdende bevolkingsgroepen in verbondenheid met de Virgen Morena? Vorige week hebben we als CEPA een boek voorgesteld over dit tema, maar de discussie daarrond is nog niet echt op gang gekomen (Fiesta Urbana en los Andes. Experiencias y discursos del Carnaval de Oruro. Marcelo Lara y Ximena Córdova, 2011, 228 pp.) Achter de maskers en in de traditionele kleden gaan zowat alle volksgroepen schuil, maar dan toch vooral de middenklasse van de stad. Twee dagen eerder werd de stad ingenomen door meer dan honderd muziek- en dansgroepen uit de verschillende Andesdorpen, ter gelegenheid vande Jallupacha (regentijd)- en Anata (vreugdefeest)-vieringen.
2. Dat de mensen van Oruro tegelijk de Andestradities en hun christenzijn in ere houden is onmiskenbaar. Als ik door het venster kijk van mijn kamer, zie ik op de ene heuvel een trap die leidt naar een rotsblok in de vorm van een condor, waaraan plengoffers worden gebracht. Hetzelfde gebeurt op andere plaatsen aan de slang, de pad, de hagedis en de mieren; zij maken deel uit van de ontstaansmitologie van de stad. Maar op de heuvel ernaast wordt een beeld gebouwd van de Virgen de Socavon (de Maagd van de Mijnschacht), dat groter zal zijn dan het gekende Christusbeeld van Rio in Brazilië of de (grotere maar minder gekende) Cristo van Cochahamba. Het wordt een reusachtig beeld met binnenin een kapel, restaurant, winkel en museum.
3. Ja, voor wie sinds enkele jaren niet meer in Oruro was, moeten toch wel een aantal veranderingen opvallen. De stad wordt steeds groter op de heuvels, naar de vlakte toe en langs de toegangswegen. De vroeger uitpiekende kerken lijker kleiner geworden, gezien het gezelschap van bouwwerken van meerdere verdiepingen. In het centrum is men twee "wolkenkrabbers" van twintig verdiepingen aan het afwerken. Mensen uit de dorpjes nestelen zich tegelijk ook in de stad. Ze investeren in het kopen van gronden en bouwen van huisjes. Het aantal auto´s stijgt zienderogen. De bewoners van de grensstreek, - die niet alleen leven van het kweken van lama's, aardappeken en quinua, - maken zich meester van de binnenstad. Jaren geleden gaf ik een interview aan Walter Lootens dat als titel meekreeg: "De Andesvolkeren veroveren de steden". Dat lijkt zich nu te voltrekken. Walter trok trouwens zopas opnieuw door Bolivia om de gevolgen van het aan gang zijnde veranderingsproces op te snuiven.
4. En toch. Wat gaat er achter die maskers schuil? Wat speelt er zich af achter die hoge pronkerige voorgevels? Over wie gaat het en op basis van wat? Waarom is dan toch de jongste tijd blijkbaar een groeiend protest tegen het beleid van president Evo Morales? Het zou ons te ver leiden de oorzaken en gevolgen van dit complexe proces te ontrafelen. We zouden het moeten hebben over socio-economische herverdeling; racisme; corruptie; interne politieke verdeeldheid; de invloed van enerzijds de pers en anderzijds devolksorganisaties; de schaarste en prijs van voedingswaren; de prijs van petroleum, gas en minerales; de transformatie van vroegere politieke medestanders in concurrerende alternatieven voor de toekomst; regionale verschillen en autonomie; religieuze tegenstellingen en protagonisme; internationale politiek; gebrek aan politieke en profesionele vorming; etnische identificatie; gebrek aan duurzaamheid; en zoveel meer...
Vanuit het dagdagelijkse leven wil ik toch een paar onvermijdelijke aspecten van het veranderingsproces vermelden. Wie meer participatie nastreeft, wordt onvermijdelijk geconfronteerd met meer kritiek, onhaalbare voorstellen en eisen tot meebeslissing. En ook: lotsverbetering in de hand werken, leidt niet noodzakelijk tot meer tevredenheid. Eenmaal het proces op gang gekomen, blijken behoeften en noden rapper te groeien dan de antwoorden die men geeft, en dus stijgt de ontevredenheid.
Zopas werden de lonen met 10% opgetrokken en het minimumloon zelfs met 20%. Zien nu hoe men na Carnaval daarop zal reageren, temidden het aanhoudende protest tegen prijsstijgingen, vooral dan van het vervoer. Aan de prijs van de brandstoffen werd uiteindelijk niet geraakt.
Het veranderingsproces zelf loopt geen gevaar. Iedereen besft wel dat het lot van het land vooral in handen is van de rurale gemeenschappen. Dat zij het land kunnen lamleggen zolang zij dat zelf willen, door met honderdduizenden stenen de wegen onbruikbaar te maken, hebben ze vroeger reeds bewezen. Maar dat is nu niet aan de orde.
Het veranderingsproces draait stilaan uit op een ontmaskeringsproces. Wie wil en kan zich echt ten dienste stellen van het volk? Hoe sterk staan zij?
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia.
Thursday, January 6, 2011
Bolivia: gehoorzaam regeren.
1. De rust is teruggekeerd in het land en, na wilde stijgingen, heeft men (grotendeels) de vroegere prijzen van goederen en diensten hernomen. Bolivia zal er nu enkele jaren moeten over doen om de kloof tussen de wel en niet gesubsidieerde prijs van de brandstof te dichten. Industrialisering en investeringen voor petroleumexploraties zullen trager verlopen. Er zullen grotere inspanningen geleverd moeten worden om de smokkel tegen te gaan naar de buurlanden (waar de brandstof twee tot drie keer duurder is). Minder geld dus in de schatkist van de staat. Het agressieve plan, dat onder de leiding van de vicepresident Álvaro García Linera werd uitgewerkt, gaat niet door.
2. "Toen ik president werd, heb ik beloofd te regeren in gehoorzaamheid aan het volk," zei Evo Morales, "dat doe ik nu en dat wil ik in de toekomst steeds meer doen. Het volstaat niet te luisteren naar de ministerraad of alleen maar te spreken met dirigenten; de basis zelf moet bij het nemen van beslissingen betrokken worden". Er waren weliswaar afspraken gemaakt met belangrijke volksorganisaties (van campesinos, arbeiders, onderwijzers, wijkcomités, ...), maar dat is niet voldoende gebleken. Dat van de ene dag op de andere, alles tientallen procenten duurder wordt of zelfs in prijs verdubbeld, terwijl grote sectoren van de bevolking op korte termijn daarvoor onvoldoende compensatie kunnen krijgen, is een onhaalbare interventie gebleken, ook al wierp een volkspresident als Evo Morales daarbij al zijn invloed en prestige in de weegschaal. Men had de situatie verkeerd ingeschat. De bewindsploeg kreeg nu van de president duidelijke instructies om te regeren samen met het volk, in gehoorzaamheid aan de volksorganisties. De vraag blijft of dit dan wel haalbaar zal zijn. Zal men voldoende overtuigingskracht kunnen opbrengen om op dezer manier eventueel maatregelen te kunnen opleggen die offers vergen?
3. Naast "gehoorzaam regeren" is een tweede krachtlijn die in de regeringspolitiek van het nieuwe jaar zal bovendrijven: de Wet van Moeder Aarde. Onlangs werd in allerijl een korte wet goedgekeurd naar aanleiding van de klimaatsbijeenkomst van Cáncun; deze moet nu tenvolle uitgewerkt worden, met deelname van de volksorganisaties en de ganse samenleving. Daarbij laat men zich ook wel inspireren door wat elders gebeurt, in Ecuador bevoorbeeld, niet alleen wat de inhoud van de wetten betreft, maar ook de omkadering, zoals de creativiteit in de actualisering van Andesrituelen.
4. In de relaties met de kerken zal deze "interreligieuze dialoog" ongetwijfeld een van de aandachtspunten zijn. De laatste weken had men het echter vooral over de nieuwe onderwijswet die onlangs werd goedgekeurd. De regering hield voet bij stuk wat het recht op religieuze diversiteit betreft, maar gaf meteen de katholieke kerk garanties dat haar eigen netwerk en instellingen gerespecteerd zullen blijven op basis van de bestaande akkoorden. Binnenkort komt de wetgeving rond sexualiteit en abortus aan de beurt en dat zal ongetwijfeld voor een nieuwe, vinnige confrontatie zorgen. Als de regering dan ook nog tot meer controle zou willen overgaan op het sociale nut van de eigendommen van organisaties en kerken, dan ligt voor 2011 heel wat spanning en conflictiviteit in het verschiet. Nu maar hopen dat de door iedereen voorgestelde weg van de dialoog in praktijk wordt omgezet.
2011 zou wel eens voor verrassingen kunnen zorgen. Uit vele structuren, wetten, wetmatigheden, zelfs in het klimaat, is de regelmaat eruit. Veel lijkt op losse schroeven te staan. Nu maar hopen dat alles ten goede kan worden gekeerd. Ik wens jullie alvast in het nieuwe jaar alleen maar aangename en nuttige verrassingen toe.
Gilberto Pauwels
Oruro -Bolivia
Monday, December 27, 2010
Plurinationaal Bolivia.
1. De laatste maanden wordt tenvolle werk gemaakt van het uitschrijven en goedkeuren van nieuwe wetteksten, die de nieuwe visie op de samenleving vorm, normen en structuur moeten geven. Pensioenen, racisme, Moeder Aarde, onderwijs, mijnbouw,... alle facetten van de samenleving krijgen hun wetgeving en nog honderden voorschriften moeten aan de nieuwe grondwet aangepast worden. Permanent zijn er werksessies en raadplegingen, maar iedere keer zijn er ook groepen in de samenleving die zich verontrecht voelen en protesteren. De ruime meerderheid van de MAS-partij van Evo Morales in de wetgevende organen zorgt ervoor dat een en ander op een drafje wordt afgehandeld. Ook op lagere vlakken met wetgevende bevoegdheid (departement, regio, gemeente, etnische groep) wordt koortsachtig aan wetteksten gesleuteld. Als CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren), krijgen we unieke kansen om daarop in te spelen en milieu en culturen binnen te loodsen.
2. ¿ Maar heeft dat pluriculturele wel iets te maken met het dagdagelijkse leven? Een paar voorbeeldjes van de laatste dagen. Gisteren, Kerstdag, kwam als eerste Don Severino op bezoek,
de man die gewoonlijk, samen met zijn vrouw, de Andesrituelen voorgaat in CEPA. De tovenaar op bezoek bij de missionaris, zou men vroeger gezegd hebben. Hij kwam voor een zakelijke afspraak, maar het was meteen een gelegenheid om efkens na te praten over de verjaardag van CEPA (op 8 december), toen hij, nadat hij de mis van Padre Luciano had bijgewoond, de "mesa" (tafel, offer) voor Moeder Aarde voorging. "Ja, Pachamama kan ik toch niet laten vallen; ik ben uit haar voortgekomen en ik heb aan haar borsten gelegen," zei hij. Hij vertelde hoe zijn grootvader en schoonvader hem de rituelen hebben voorgeleefd. "Dat zijn krachtige en soms gevaarlijke gebaren. Ik ga er behoudzaam mee om; je mag daar niet mee overdrijven", zei hij, "voor jullie en hier in de streek doe ik het wel, maar als men mij van elders uitnodigt, ga ik er niet op in. Ik doe steeds alles in naam van de God die ons geschapen heeft."
3. De eerste telefoon kwam uit Chipaya, met kerstwensen vanwege Sylvia, een Engelse zuster die sinds vijftien jaar woont temidden dat volkske dat ervan overtuigd is dat zij een restgroep zijn van een vorige mensheid, toen alleen maar de maan bestond. Toen de zon opkwam, hebben enkele zich kunnen redden door in de water te springen. Het is van oorsprong een vissers-, jagers- en plukkersvolk. Sylvia is ontgoocheld. Het bezoek van een paar traditionele Argentijnse priesters (in soutane), hebben de plaatselijke gemeenschap alle initiatief voor het feest ontnomen.
4. Een paar dagen geleden werd ik uitgenodigd op de jaarlijkse bijeenkomst van de mallkus en jilaqatas, de traditionale gezagsdragers van de Aymara-natie van Carangas. Ik zat daar tussen 140 echtparen, allemaal met groene poncho's en manta's. Ze hadden het over de verdere uitbouw van hun organisatie. "75 % van ons gebied is reeds door de staat erkend als gemeenschapsgrond," zeiden ze, "we moeten er toe komen dat we als natie een eigen territorium hebben, zodat we zeggingschap hebben niet alleen over gronden en waters, maar ook over de ondergrond." Ik kon mijn oren en ogen amper geloven. 35 jaar geleden kende ik de jilaqatas alleen maar als onderdanige traditionele leiders, waarvan vooral verwacht werd dat ze de leden van hun gemeenschap (ayllu) ter beschikking zouden stellen van de mestiezen die de twaalf hoofddorpen van Carangas in handen hadden. Er was toen amper contact tussen de dorpen; nu wordt de "provincia de los Carangas" uit de Inca-tijd in ere hersteld.
Tijdens de bijeenkomst werd CEPA in de bloemetjes gezet, omdat hun stuurgroep gedurende jaren in onze lokalen kon vergaderen. Onlangs kreeg Jach'a Carangas (Groot Carangas) van president Evo Morales - die trouwens tot die natie behoort - vlakbij een eigen huis toegewezen. Een reuzensprong.
5. Intussen wachten we nog steeds op een antwoord op de twee brieven waarmee we als AMERINDIA-groep aan de bisschop om een onderhoud vroegen. Hij heeft ons spreekverbod opgelegd. We zouden hem willen uitleggen dat we alleen maar een kleine basisgroep zijn, die samenkomt om de realiteit en de actualiteit te analyseren en onze bevindingen via radio en debatten te delen met de bevolking, zonder daarom de stem van de lokale kerk te willen zijn. Maar blijkbaar is het hem niet alleen te doen om het feit dat we geen toelating vroegen of statuten voorlegden, maar dat we woorden als "dekolonisering" en "interreligieuze dialoog" in de mond durven nemen en mensen daarover het woord geven. De lokale kerk van Oruro (en elders...) probeert een gigantische stap achteruit te zetten, op zoek naar restauratie, temidden een onstuitbaar veranderingsproces. Een nieuwe wereld en een nieuwe kerk zijn niet alleen nodig, maar noodzakelijk.
6. Maar.... laat ons dat nu maar allemaal voorlopig tussen haakjes plaatsen. Vanaf morgen gaat het niet om plurinationaliteit, maar even opnieuw om de staat zelf. Vandaag heeft de regering een prijsverhoging van 75% van de benzine-en dieselprijs afgekondigd. De subsidiëring wordt afgeschaft. Men heeft al te lang dit probleem verwaarloosd. Dit betekent dat niet alleen het transport, maar op slag alles merkelijk duurder zal worden. Er werd reeds voor morgen een algemene staking van onbeperkte duur afgekondigd. President Evo Morales en zijn regering gaan voor het eerst een frontale confrontatie aan met het volk, met een impopulaire maatregel. Te verwachten valt dat hij in zekere mate zal moeten inbinden.
Allen een Vredige Kersttijd en een Gelukkig Nieuwjaar toegewenst,
Gilberto Pauwels
Oruro - Bolivia
Sunday, November 28, 2010
Spreekverbod.
Ik had reeds de intentie om, na een onderbreking van enkele maanden, met nummer 192, de draad van de "Andeskrabbels" terug op te nemen. Als nu een communicatiekanaal wordt afgesneden, heb ik daar dus een reden temeer voor.
1. "AMERINDIA" is een kleine reflectiegroep van enkele leken en een paar religieuzen en priesters die een paar keren per maand samenkomt om van gedachten te wisselen over wat in kerk en samenleving aan het gebeuren. Ook Geert Van Den Berge, pastoor in Oruro, behoort tot deze groep. Enkele maanden geleden namen we het initiatief om ook in een wekelijks radioprogramma in Radio Pio XII onze bedenkingen en opinies te delen met een breder publiek. We hebben nooit beweerd te spreken in naam van de lokale kerk. Wel hebben wel af en toe mensen uitgenodigd om over hun situatie, verwezenlijken of problemen te komen spreken: kerkmensen, straatkinderen, gevangenen, ontwikkelingswerkers, autoriteiten, leiders van volksorganisaties... Verder organiseerden we initiatieven samen met anderen, zoals een maandelijkse reflectieavond met de Permanente Vergadering voor de Rechten van de Mens, en onlangs een Boekenbeurs van het Religieuze Boek, samen met CEPA, waartoe het Santuario van de Virgen del Socavón het initiatief nam (maar de bisschop verbood aan de katholieke colleges deze interreligieuze beurs te bezoeken).
2. "AMERINDIA" is meteen ook een netwerk op continentaal vlak, in meer dan 20 landen, van groepen die openstaan voor oecumenische contacten en interreligieuze dialoog en het gedachte goed van de Latijnsamerikaanse bisschoppenconferenties levend wil houden. Daar maken we deel van uit. In het verbod van de bisschop, dat we via de krant vernamen, komt de inhoud van de uitzendingen echter niet ter sprake; hij baseert zich op het feit dat we onze statuten en doelstellingen niet hebben laten kennen aan de bisschop en geen toelating gevraagd hebben om te functioneren.
Nu is het zo dat we helemaal geen statuten hebben en geen "associatie" willen zijn zoals het kerkelijk recht dat bepaalt. We zijn alleen maar een informele groep van mensen die vanuit een evangelisch inspiratie en kerkelijke tradities iets willen doen ten dienste van de samenleving.
En nu? We blijven intern verder werken, onder andere met een onderzoek rond de socio-religieuze problematiek. We vertrouwen we op dat alles wel weer goed komt. Ik hou jullie op de hoogte. Spijtig dat we in dergelijke legalistische zaken tijd en energie moeten steken. Maar het is meteen een gelegenheid tot conscientisatie.
3. Intussen gaat het veranderingsproces in Bolivia zijn gang. Het is intussen steeds duidelijker een herverdelingsproces geworden: Wie moet wat inleveren en hoe worden de staatsinkomsten verdeeld? Zo gaat dat nu eenmaal in de politiek.
En dat zorgt voor spanningen en scheuren, druk en repressie, verdeeldheid en corruptie, en soms (maar te weinig) dialoog en consultatie. De koek is groter geworden en er wordt naar gestreeft dat de armsten en zwaksten daar beter van worden. Maar er is nog zoveel te doen. Men is nog steeds te volle bezig met het uitdokteren van controle-systemen via nieuwe wetten.
4. Ons CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) heb ik mij mijn terugkeer in volle activiteit aangetroffen. Nog steeds gaat de aandacht allereerst uit naar controle op de vervuiling van water, grond en lucht en het zoeken naar alternatieven en herstel. Minder zichtbaar, maar even belangrijk, is het werk op socio-cultureel vlak met de traditionele gezagsdragers en de dirigenten van rurale gemeenschappen en wijkcomités. De Eco-jongeren hebben zopas hun jaarlijks congres achter de rug en de Eco-vrouwen blijven zich wijden aan vormingswerk en kleine onderzoekjes over concrete dagdagelijkse situaties. Ondanks Internet blijven bibliotheek en documentatiecentrum en eigen publicaties voor alternatieve informatie zorgen, vooral dan over de regionale problematiek. En nu willen we plannen voor de komende
maanden en jaren, want op nieuwe vragen willen we nieuwe antwoorden geven.
5. In de voorbije jaren heeft vooral de sociale, etno-culturele en ecologische problematiek en conflictiviteit onze agenda bepaald. Dat zal ongetwijfeld zo blijven, maar dan wel in een context van interculturaliteit; wereldvisies; interreligieuze dialoog; participatie en sociale controle; vieringen, riten en mythen; samenlevingsmodellen; filosofische beschouwingen en geloofsovertuigingen,... Dat we daarbij tegenstand en misschien zelfs repressie zullen ondervinden, nemen we er ook nu weer bij. Trouwens... verscheidene mensen van CEPA, maken meteen ook deel uit van AMERINDIA.
Gilberto Pauwels - Oruro
Thursday, March 11, 2010
Tussen twee verkiezingen in.
President Evo heeft het extra druk de laatste tijd. Na de nationale verkieizingen met een reuze-overwinning (meer dan 64%), benoemde hij zijn ministers en hun medewerkers, vooral dan de viceministers. Tegelijk kwam de campagne op gang voor de departementale en gemeenteverkiezingen die op 4 april (Pasen) zullen plaatsgrijpen. Vooral het uitkiezen van kandidaten bezorgde hem nogal wat kopzorgen. Op heel veel plaatsen hebben de kandidaten voor gouverneur, burgemeester en hun respectievelijke raden immers meteen de volle zekerheid gekozen te zullen worden.
1. Welke zijn de grootste problemen waar Evo voor staat? Allereerst de interne scheuren en afscheuringen. Ze vinden hun oorsprong niet zoveer in ideologisch verschillen, dan wel in de keuze van medewerkers en kandidaten. De alliantie van de MAS met de MSM (Beweging Zonder Vrees) van Juan del Granado, ligt aan dingelen; de MAS denkt immers hen niet nodig te hebben en het alleen wel te zullen klaarspelen. Vraag is of de MSM niet de vluchthaven zal worden van velen die zich door de MAS, - als persoon of organisatie -,gemarginaliseerd voelen en zo een soort oppositie vanbinnenuit op gang zullen brengen. Niet zonder belang is daarbij de groeiende kritische houding van etnische organisaties, die in de mate dat zij geleerd hebben aan het veranderingsproces deel te nemen, ook meer participatie eisen. Ze willen ook dat aan de "discours" over Moeder Aarde, concrete maatregelen beantwoorden. Deze interne opposities kunnen op de duur belangrijker worden dan de externe controle van de traditionele partijen en tegenstanders
2. Een tweede probleem is de corruptie. De regering wil die met alle macht indijken, maar het blijft een moeilijk probleem. Teveel groepen en personen werden lid van het apparaat van de staat, niet uit overtuiging of met visie, maar gewoon om hun stukje van de taart mee te pikken, waar ze om een af andere reden menen recht op te hebben of dan toch dat recht hebben kunnen afdwingen. Het zijn niet altijd de meest bekwame of gemotiveerde mensen die op de juiste plaats terechtkomen. De stijgende coca-productie voor cocaine-uitvoer, maakt deel van uit van die tendens tot onwettelijkheid.
3. De hoofdvraag is echter wat president Evo en zijn entourage met hun haast ongeremde macht zullen doen. Nu wordt nog veel rekening gehouden met de komende verkiezingen, pas daarna zal tenvolle blijken welke de bedoelingen zijn. Nogal wat mensen drukten echter, bevoorbeeld, hun bezorgheid uit over het feit dat Evo per decreet nieuwe rechters aanduidde, terwijl die grondwettelijk door de Plurinationale Vergadering (m.a.w. het Parlement) moeten verkozen worden. Dit lijkt een veelbetekenend signaal, een antecedent dat om waakzaamheid vraagt.
4. Het is feit dat er een veranderingsproces op gang is gebracht dat op participatie, herverdeling, respect voor de fundamentele rechten van de mens en voor de verscheidenheid gegrondvest is, en dat niemand dat nog zal kunnen tegenhouden. Maar stilaan wordt de overtuiging scherper gesteld dat het veranderingsproces één gegeven is en dat de regering van Evo iets ánders is; dat de twee niet noodzakelijk en in alles samenvallen. En daar groeien vragen rond. Welke bijdrage kunnen wij als kerken en NGO's daarbij leveren? Hoe kunnen wij het veranderingeproces en de concrete realisaties in deze richting ten volle blijven steunen, zonder daarbij onze kritisch functie binnen de samenleving ten aanzien van regering én oppositie te verliezen?
Ik ben voor het ogenblik in Santa Cruz. Met een aantal organisaties zullen we ons gedurende een paar dagen over deze problematiek buigen.
5. Dank zij de vastencampagne van Broederlijk Delen komt Bolivia wat meer ter sprake in Vlaanderen. Daar zijn we blij mee. De klimaatsveranderingen en de bijhorende waterproblematiek zijn fundamenteel voor de toekomst van het land. Om die het hoofd te bieden zal iedereen zich moeten inzetten, want zij doordingen alle facetten van het leven. Dit zijn de ware "gemeenschappelijke vijanden" waartegen we allemaal samen ten strijde moeten trekken, als we tenminste geloven in de eeuwenoude droom en belofte dat een "andere wereld" mogelijk is, waar "goed leven" voor iedereen gewaarborgd zal zijn.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Wednesday, January 20, 2010
Krachtlijnen voor morgen
Een nieuw jaar is hoe dan ook een nieuw begin, al zijn er veel processen die gewoon doorlopen. Als CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) keken we even achterom, maar vooral vooruit. Het vorige jaar is goed geweest, met tastbare resultaten. 2010 dient zich aan, boordevol kansen en verwachtingen. Enkele krachtlijnen, sporen in een open vlakte.
1. Dat de rivieren en de vlakte tussen het mijngebied van Huanuni en het Uru Uru- en Poopó-meer tot
milieu-noodgebied werden uitgeroepen dank zij de acties van CORIDUP, de organisatie van aangetaste boerengemeenschappen, was een meevaller en is nu een onomkeerbaar feit. Het is meteen onze grootste uitdaging voor het nieuwe jaar: CORIDUP blijven steunen om er voor te strijden dat die dertig beloften-volle bladzijden in concrete acties worden omgezet.
2. Dat de milieu-audit van de goudmijn Kori Kollo (Inti Raymi), nadat we er samen met de lokale gemeenschappen gedurende jaren voor opkwamen, van start is gegaan, is een voltreffer, maar met een staartje: de uitvoerders en controleurs waarborgen, in onze ogen, niet ten volle een transparent en onafhankelijk onderzoek. Wat we jaren hebben betracht, samen met de Indiaanse gemeenschappen, hebben we niet helemaal kunnen afdwingen. Extra waakzaamheid geboden dus, in het nieuwe jaar. Het is nu of nooit en het gaat om het allereerste sistematisch onderzoek betreffende de ecologische gevolgen van een mijnbedrijf in Bolivia. Inti Raymi is intussen doorverkocht door de multinationale goudreus Newmont aan een nationaal bedrijf. Welke erfenis laat Newmont achter, nu zij uit het land zijn weggetrokken?
3. Er komt stilaan een milieubeweging op gang in Oruro, vooral tégen zwerfplastiek en vóór zuiver water, tégen vuilnis en vóór meer plantengroen, overwegend onder de jongeren. Moeder Aarde van de Andes zit in de lift. En het is nog maar een begin. Dus moeten wij er mee doorgaan,... met de School voor Milieuleiders, en die voor het Water, vorming van leraars, exposities, de Blauwe Octobermaand (rond de waterproblematiek) en allerhande bewustmakingsacties. 2010 werd trouwens door de UNO uitgeroepen tot het Internationale Jaar van de Biodiversiteit en de Ontmoeting tussen Culturen, de twee hoofdtema's van CEPA.
4. De toeloop naar bibliotheken worden bedreigd door Internet, zegt men, maar daar ondervinden we weinig hinder van. We hebben immers geopteerd voor publicaties over natuur, culturen en volkeren in eigen streek, informatie waar elders weinig over te vinden is. CEPA heeft trouwens zelf ook weer dit jaar, samen met anderen, negen boeken en boekjes uitgegeven (over mijnvervuiling en mogelijke remedies; milieuwetgeving; migratie naar Spanje; de situatie van het Uru Uru-meer; interculturaliteit; etniciteit in Bolivia; dagboek van een soldaat van Oruro in de Chaco-oorlog; Inca-geschiedenis). Als we er tijd en fondsen voor vinden, beginnen we dit jaar met zwerfbibliotheekjes, kistjes met een honderdtal boeken die in buitenwijken van de stad en rurale gemeenschappen circuleren.
5. Tegenwoordig heeft men het ook hier vooral over de aanpassing aan de klimaatsveranderingen. Bijna de hele ontwikkelingsproblematiek wordt in die trechter gegoten. Persoonlijk heb ik wel vragen over hoe we dit tema moeten aanpakken. De problematiek is niet zo nieuw voor de mensen. Sinds eeuwen bestaan er grote klimaatsverschillen in de Andes; een of meerdere jaren met een haast totale droogte wisselen af met andere met zware overstromingen. De voorouders hebben met dat wispelturige klimaat leren leven en hebben er tal van technieken tegen ontwikkeld. Maar ja, inderdaad, intussen is veel daarvan verloren gegaan... en straks komen we wellicht voor totaal nieuwe fenomenen te staan. Het zogenaamde "eeuwige" ijs in de Andes, is aan het smelten.
6. Dit jaar willen we ons onderzoek toespitsen op interetnische relaties met het oog op de uitbouw van een interculturele samenleving op basis van gelijkwaardigheid tussen volksgroepen. We zullen het doen enerzijds vanuit de Chipaya-groep (de meest uitgesloten inheemse groep) en anderzijds de Aymara-elites, die deels uit diezelfde grensstreek met Chili afkomstig zijn. Hopelijk kunnen we zo iets bijdragen tot een beter verstaan en begeleiden van het huidige veranderingsproces in Bolivia dat een zekere autonomie voor diverse volksgroepen voorstaat.
7. 2010 wordt ook het jaar van wetswijzigingen. De haast totaal vernieuwde "Vergadering van de Plurinationale Staat" (zo heet nu het Parlement van Bolivia) heeft heel wat werk voor de boeg om alle wetten aan de nieuwe Grondwet aan te passen. Het komt er nu dus vooral op aan de participatie te bevorderen in de verschillende organen en bijeenkomsten voor volksraadpleging waar de kans gegeven wordt voorstellen te formuleren of te verwerpen. Tot nu toe werken we als CEPA mee op het vlak van mijnbouw, bosbouw in Oruro en milieuverordeningen.
8. Maar wat kan het meest vernieuwende zijn in dit pas ingezette jaar? Naar de diepte graven! Het is niet voldoende te blijven op het technische, socio-economische en juridische niveau van het huidige veranderingsproces. Als het proces zich niet doorzet op het vlak van visies, spiritualiteiten, waarden, motiveringen, houdingen, symbolen,... zou alles wel eens kunnen leeg- en vastlopen. Op dat dieperliggende vlak uiten zich fundamentele tegenstellingen en onbenutte kansen. Een van de instrumenten die we daartoe willen benutten is meewerken aan de reflectie-en communicatie-groep AMERINDIA Oruro, een groep mensen die, met alle beschikbare middelen, een open dialoog rond samenleving, culturen, wereldvisies en religies wil in stand houden en bevorderen.
Ik wens jullie allen een tof 2010 toe, met nieuwe antwoorden op nieuwe en eeuwige vragen.
Gilberto Pauwels
Oruro, Bolivia.
Tuesday, December 15, 2009
Bolivia: de stem van het volk.
Dag elkeen,
Bijna tien procent vooruitgaan na vier jaar regeren en 63 % halen; in zes van de negen departementen meer dan 50 procent krijgen - nergens minder dan 37 - en in drie departementen zelfs rond de 80 procent; de steun ontvangen van acht op tien mensen in La Paz en vier op tien in Santa Cruz; in elk departement minstens twee, soms drie of zelfs vier senators halen op een totaal van vier en zo de 2/3 meerderheid in de senaat verzekeren, net zoals onder de volksvertegenwoordigers,.... tja, veel beter kon Evo Morales niet verwachten.
Wat staat ons nu te wachten? Tien invalshoeken...
1. De nieuwe regering van Evo Morales krijgt straks de volle verantwoordelijkheid voor het bestuur van het land. Tot nu toe kon men de senaat, waar de oppositie de meerderheid had, deels de schuld geven van wat verkeerd liep, gezien daar honderden wetsvoorstellen werden geblokkeerd. Nu niet meer.
2. De oppositie is verdeeld en biedt geen alternatieven. Blijkbaar zullen het eerder de volksorganisaties en de burgerlijke samenleving als zodanig zijn, die voor sociale controle en vernieuwing zullen moeten zorgen.
3. Begin april zijn er departementale en gemeenteraadsverkiezingen. Er is een proces van decentralisering (regionale autonomie) op gang gebracht en bij die gelegenheid zal de oppositie proberen wat regionale besturen in handen te krijgen.
De uitslag van de nationele verkiezingen tekent hen een weinig rooskleurige toekomst. Of slagen ze er deze keer dan toch in hier en daar een eenheidsfront te vormen?
4. Nu de MAS geen gemeenschappelijke valabele tegenstrever meer heeft, zullen de interne tegenstellingen binnen de regeringspartij zich wellicht accentueren, mogelijks reeds bij het aanstellen van kandidaten voor de verkiezingen, die vaak de volle zekerheid zullen hebben gekozen te worden. Tot nu toe is het gezag van president Evo bij benoemingen onaangetast gebleven. Maar zal dat zo blijven? Een voorbeeld: de viering van de verkiezingsoverwinning gebeurde in Oruro op twee verschillende plaatsen en ongetwijfeld is een deel van de mensen thuisgebleven om zich niet met een van de twee groepen te moeten identificeren.
5. In de toespraken na de verkiezingen kwam vaker "socialisme" ter sprake dan wel "inheemse volkeren". Het gros van de steun aan Evo ligt nochtans bij deze laatsten. De al te theoretische beschouwingen van de regeringsinstanties slaan echter niet aan bij de basisgroepen. Verwacht men dat de etnisch ideologie zal leegbloeden? Dat zou wel eens een verkeerde berekening kunnen zijn, want versnelde socio-culturele veranderingen betekenen niet noodzakelijk verlies aan etnische identificatie. Modernisering leidt niet automatisch tot het afzwakken van etnische zelfbevestiging, soms zelfs integendeel. Als men wereldvisies, traditionele mystiek en gebruiken laat verkommeren, zal men noodgedwongen moeten terugvallen op een maatschappij met meer controle-mecanismen en dwangmaatregelen. Het veranderingsproces zou daarbij wel een zijn eigen karakter kunnen verliezen. Mogelijks zal men zich daar rekenschap van geven, gezien de buitenlandse interesse voor de "presidente-indio".
6. We stevenen af op een toenemende deelname aan de comsumptie-samenleving. Zal de staat aan de stijgende
behoeften kunnen blijven voldoen? Als het om comsumptie van eigen productie gaat, kan dit de economie aanzwengelen,
maar wat zullen de gevolgen zijn als het vooral om import gaat?
7. Vier jaar regeren is voor vele mensen, zonder ervaring in dat soort dingen, een leerproces geweest. Zal men op een
evenwichtige manier vernieuwing en continuiteit men mekaar kunnen verzoenen? Men kent nu het klappen van de zweep, de achterpoortjes en kronkelwegen van de politiek. Zal dit ten goede of ten kwade inwerken?
8. Bovenstaande bedenkingen doen me besluiten dat Evo Morales nu op zijn hoogtepunt is. Zijn rol zal stilaan kleiner worden en de volkssteun aan het proces zal daaronder lijden. Hij heeft reeds gezegd dat hij zich bij de volgende verkiezingen, binnen vijf jaar, geen kanidaat meer zal stellen, ook al kan het wettelijk. Het veranderingsproces zal doorgaan, maar veel zal afhangen van het op tijd vinden en klaarstomen van een geschikte, voor velen aanvaardbare plaatsvervanger. Loopt Evo gevaar? Kan hij plots wegvallen? Me dunkt dat het gevaar op een ongeval groter is dan de waarschijnlijkheid van een aanslag. Met het oog op de april-verkiezingen, reist Evo opnieuw, elke dag, naar meerdere plaatsen in het land.
9. En de kerk? De verkiezingen binnen de bisschoppenconferentie hebben niet tot ingrijpende veranderingen geleid, ook al zijn er verscheidene bisschoppen die binnen een paar jaren de leeftijdsgrens van 75 bereiken. Kardinaal Julio Terrazas (73) blijft president. De kerkleiding lijkt te blijven treuren om het machtsverlies en deelt de angst van de wereldkerk voor een aantal thema's. Vandaag, in het radioprogramma van de groep AMERINDIA, hebben we ons de vraag gesteld of de kerk al die organisaties en mensen die zij zelf oprichtte en vormde en die zich nu blijvend inzetten voor "een andere wereld" binnen allerhande samenlevingsstructuren, niet al te zeer in de steek heeft gelaten.
10. Een toemaatje. Vandaag kwam Víctor Hugo Vásquez op bezoek. Hij is Aymara, afkomstig van Orinoca, het dorpje van Evo; is antropoloog van vorming en nam deel aan de grondwetgevende vergadering. In CEPA nam hij deel aan meerdere onderzoeksprojecten, onder andere over de campesino-markt in de wijk Kantuta. Ik begeleidde zijn thesis over het gemeenschappelijk vangen en scheren van vicuna's. Vandaag vertelde hij dat wat hem vooral op weg heeft gezet de cursus geweest is, die Marcos Van Ryckeghem, Oblaat en landbouwingenieur, gaf aan de antropologen in de universiteit van Oruro. Sinds een paar maanden is Víctor Hugo nu immers.... vice-minister voor rurale ontwikkeling. De grootste uitdaging waar hij voor staat is het organiseren van een rurale productieverzekering tegen droogte, overstromingen, vorst en hagel. Maar ook tal van andere productieprojecten staan op stapel en maatregelen tegen de klimaatsverandering. En zo is er elke dag wel een of andere aanwijzing dat er echt wel iets ten goede aan het veranderen is Bolivia. Jammer dat we er niet méér kunnen voor doen.
Met hartelijke groeten,
Gilberto Pauwels
Oruro - Bolivia
Saturday, October 31, 2009
DECRETO SUPREMO 0335: Voor Moeder Aarde.
Er kwamen tranen van vreugde bij te pas, toen de goedkeuring van het decreet werd bekendgemaakt. Enkele honderden mensen hadden zich reeds opgesteld om van El Alto naar het centrum van La Paz af te dalen. Ze dachten dat men hen eens te meer bedrogen had. Ze waren van Oruro gekomen om hun eis kracht bij te zetten dat het gebied tussen de tinmijn van Huanuni en het Poopó-meer tot milieu-noodgebied zou uitgeroepen worden. Toen ze wilden vertrekken, kwam de minister van milieu, Pablo Ramos, dan toch in een taxi aangereden. Hij kwam vertellen dat, op uitdrukkelijk bevel met president Evo Morales, het voltallige kabinet zopas het decreet ondertekend had.
1. De vraag om het waterbekken van Huanuni tot ecologisch noodgebied uit te roepen is reeds een paar jaar oud. CORIDUP het coordinatie-orgaan van tachtig rurale gemeenschappen die zich door de vervuiling van de mijnbouw benadeeld weten, hield het proces aan de gang via een geduldige dialoog met de verantwoordelijken van de mijn en de regionale en nationale gezagsdragers. In mei beschreven we de grootscheepse inspectie door vertegenwoordigers van verscheidene viceministeries. Een paar weken geleden hadden we het nog over de ontgoocheling wegens het uitblijven van maatregelen en de aankondiging van acties. Een mars op La Paz heeft het beoogde resultaat opgeleverd. Waarom is het dan toch gelukt, vragen velen zich af.
2. De tegenstand kwam de mijnwerkersorganisaties die vrezen dat de afkondiging tot noodgebied tot het sluiten van mijnen zal leiden. Er waren ook (vice)ministers die tegen het decreet in verzet kwamen omdat ze vinden dat de saneringsonkosten van het gebied voor de staat veel te hoog zullen oplopen, vooral gezien dit geval als antecedent kan dienen voor gelijkaardige situaties elders in het land.
3. Maar de omstandigheden waren gunstig. Vorige week kwam de president van Ecuador op bezoek in Huanuni en hij maakte een opmerking over de toch wel verregaande vervuiling door de mijnontginning. En president Evo Morales werd onlangs op wereldvlak tot verdediging van Moeder Aarde uitgeroepen. Felix Laime, president van CORIDUP, speelde daar handig op in. Hij eiste dat de woorden in het buitenland in daden voor eigen volk zouden omgezet worden. De mars werd voorgesteld, niet als een protest tegen de regering, maar als een oproep om het aangekondigde veranderingsproces ook effectief door te voeren. Niet tegen Evo, maar vóór hem, tegen groepen en personen die zijn plannen dwarsbomen. En het lukte. Dat de verkiezingsstrijd intussen is losgebarsten, zal ook wel meegespeeld hebben. De oppositiepers gaf veel ruchtbaarheid aan de protestacties, in de overtuiging dat het op een sisser zou uitlopen en het imago van de president zou aantasten. En dat lukte niet.
4. Het decreet voorziet helemaal niet het sluiten van bedrijven en beperkt zich tot de vier gemeentes in het gebied tussen de mijn en de meren: Huanuni zelf, Machacamarca, El Choro (met Challacollo) en Poopó. De voorziene maarregelen zijn indrukwekkend: het verhinderen van verdere vervuiling door de bouw van dammen, door controle van vroegere mijnafval en waterbeheer; recuperatie van gronden met steun aan landbouw en veeteelt; drinkwater en afvalverwerking voor mijncentra en dorpen; milieu-opvoeding in bedrijven en educatieve centra; gezondheidszorg; onmiddellijke noodhulpverlening; sociale controle op de uitvoering, o.a. door CORIDUP. Zeven ministeries, de prefectuur, de vier gemeentebesturen en het staatsbedrijf COMIBOL zijn bij de uitvoering betrokken. Het betreft een tienjarenplan.
5. De mensen van CORIDUP zijn dolgelukkig en zijn CEPA heel dankbaar, want de brieven, petities, documenten, inspecties, tientallen vergaderingen in Oruro en La Paz, conscientisatie in de dorpen, analyses van gronden en waters, persberichten, artikels, mobilisaties,... waren alleen mogelijk mede dank zij het ononderbroken werk van Limbert, Clemente, Jaime, Jhonny, Norma, Alicia, Eveline,... van CEPA. Wijzelf denken vooral aan die meestal al wat oudere mensen die opstapten naar La Paz, om hun enig bestaansmiddel te redden: de grond en de waters van hun voorouders, Moeder Aarde. En aan de organisaties, groepen en families in het Noorden die CEPA hebben mogelijk gemaakt.
6. Onwillekeurig moet ik denken aan het bijbelse verhaal van de broodvermenigvuldiging. Enkele mensen uit het volk van het Noorden hebben iets aangeboden: zoiets als wat brood en een paar vissen, laat ons zeggen. Daarmee heeft CORIDUP, een volksorganisatie uit het Zuiden een grootscheepse actie voor sociale en milieu-gerechtigheid op gang gebracht voor een ganse streek.
Maar de verantwoordelijkheid waar we nu voor staan is ontzettend groot: zorgen dat dit decreet, een dertig bladzijden tellend document dat we mee hebben opgesteld, geen dode letter blijft. Dat zal eens te meer veel geduld vragen, doorzettingsvermogen, drukkingsmiddelen, desnoods mobilisaties. Maar als we daarmee kunnen bekomen dat de nationale, regionale en lokale besturen aan de noden van een arme en verontrechte bevolking tegemoet komen en hen een betere toekomst mogelijk maken, dan hebben we ons doel bereikt.
Gilberto Pauwels
Oruro - Bolivia
Sunday, October 11, 2009
Bolivia: werken aan verandering.
De meest aangehaalde, maar vrij vage belofte van de regering van Evo Morales was en is nog steeds dat er verandering zal komen. Hoe staat het nu met dit veranderingsproces? In hoeverre is dit voelbaar in het leven van de gewone mensen en de gemeenschappen? Op welke manier zijn wij als CEPA (Centrum voor Ecologie en Andersvolkeren) daarbij betrokken?
1. De activiteiten van CEPA van de laatste dagen hadden vooral betrekking op het aanpassen van de bestaande wetgeving aan de nieuwe Grondwet die onlangs werd goedgekeurd. Zo waren we betrokken bij de organisatie van een tweedaagse om voorstellen te doen voor een nieuwe milieuwetgeving; twee dagen ook om de Código Minero aan te passen; gisteren werd het reglement van de wet op de bescherming van in het wild levende dieren en planten onder de loep genomen en vorige week was het reglement van een specifieke wet op de (her)bebossing van Oruro aan de beurt. Dit alles grijpt plaats in samenwerking met de lokale en nationale regering en parlementsleden (nu Asamblea del Estado Plurinacional genoemd). Wetten goedkeuren en effectief doen naleven, zijn natuurlijk twee verschillende zaken, maar dat aan dergelijke bijeenkomsten telkens 100 tot 160 mensen deelnemen is toch wel een uitzonderlijk fenomeen, dat wijst op het verlangen tot participatie aan het bestuur.
2. Nog meer vergaderingen en activiteiten hadden de mensen die direct bij de verdediging van het milieu betrokken zijn. Het programma voor een Blauwe October werd op een persconferentie voorgesteld. Een maand lang zal de bevolking met allerlei acties bewust gemaakt worden van de noodzaak onze rivieren en meren te respecteren en te beschermen. De omwonende gemeenschappen die zich organiseerden precies om hun watergebieden te verdedigen (CORIDUP) zijn echter ontgoocheld. Daadwerkelijke beslissingen vanwege de regering betreffende de Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer (milieu-audit en verklaring tot emergentiezone) blijven uit. Vrijwel dagelijks gaan er werkvergaderingen door in de verschillende dorpen en trekt men van Pontius naar Pilatus in de ministeries in La Paz. Als het volgende week niet tot de beloofde maatregelen komt, zijn vanaf maandag 19 october drukkingsacties in het vooruitzicht gesteld.
De discours van Evo Morales in het buitenland ter verdediging van Moeder Aarde worden wel eens afgewogen tegen de feitelijke praktijken van zijn regering en het verschil tussen beiden is groot. In de conflicten tussen de extractieve industrie (mijnbouw, petroleum en straks lithium) voelen de Indiaanse gemeenschappen zich onvoldoende beschermd en in aanmerking genomen (respect voor kwetsbare gebieden, recht op inspraak, vergoeding voor geleden milieuschade en recht op deelname in de winst).
3. Wat socio-culturele en milieu-onderzoeken betreft en hun toepassingen, staat heel wat op stapel. Nu er studies rond verzilting en vervuiling door mijnwater (met arsenicum, lood, cadmium,..) afgerond zijn, staan we mee voor de opdracht aan bruikbare en betaaalbare drinkwaterfilters te werken.
Ook is dezer dagen een groep tecnici uit Oostenrijk aan het werk rond zonne-energie en het boren van waterputten.
Zes onderzoeksprojecten rond milieu en quinua-teelt zijn van start gegaan op initiatief van PIEB (Programa voor Strategisch Onderzoek in Bolivia), met de medewerking van CEPA. De grote vraag naar quinua vanuit Europa bracht niet alleen grote prijsstijgingen teweeg, zodat de consumptie voor de lokale bevolking onbetaalbaar wordt, maar heeft ook tot onaanvaardbare productiemethodes geleid, die gronden en natuur onherstelbare schade toebrengen.
Wat studies over racisme en interetnische relaties betreft, heeft PIEB op nationaal vlak zes projecten goedgekeurd, waaronder - tot onze grote verbazing - twee van CEPA. Dat zal ons in staat stellen onderzoek te verrichten naar socio-culturele relaties en etnische identificaties onder de Indiaanse bevolkingsgroepen, enerzijds bij de armsten (de Uru Muratos, vissers van het Uru Uru en Poopó-meer) en anderzijds ook bij de rijksten (de Aymaras van de grensdorpen met Chili). Vroeger was de (blanke) stadbevolking vooral bang voor de eisen van verarmde campesinos en mijnwerkers; nu voelt men zich evenzeer bedreigd door enkele economisch sterker wordende Andesgemeenschappen, die bevoorbeeld, als er onroerende goederen in centrum van de stad te koop worden aangeboden, deze naar zich toehalen. De Andesvolkeren veroveren de steden, schreven we vroeger reeds.
Het is ongetwijfeld een positieve evolutie dat er de jongste tijd steeds meer onderzoekswerk wordt verricht dat gericht is op het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke problemen en dat er bij het ontwikkelingswerk stilaan meer met sociologische en antropologische studies rekening wordt gehouden.
4. Intussen is het ook duidelijk geworden dat er geen sprake is van een kerkenvervolging in Bolivia. Er werd een nieuwe samenwerkingsovereenkomst ondertekend tussen de staat en de katholieke kerk wat onderwijs, gezondheidszorg en sociale werken betreft. Nu de verkiezingsstrijd is ingezet, proberen rechtse oppositiepartijen nog wel zich op te werpen als de verdedigers van kerk en geloof. De bisschoppenconferentie heeft het daarom zelfs nodig gevonden het misbruik van misvieringen en andere religieuze manifestaties voor politieke doeleinden, publiekelijk te veroordelen.
Toch is de spanning niet helemaal verdwenen. De kerkleiding blijft wantrouwig ten aanzien van de regeringspolitiek. Binnen de kerk zelf komt men bij "het lezen van de tekenen van de tijd" tot uiteenlopende conclusies en dat komt o.a. tot uiting bij het formuleren van prioriteiten en verwachtingen ten aanzien van de Permanente Missie die nu, op voorstel van de Bisschoppenconferentie van Aparecida (2007), overal op gang wordt getrokken. Het continentale netwerk AMERINDIA heeft er een boek over uitgegeven ("La Misión en Cuestión", Bogota, 2009) in de hoop een stimulans te geven aan het bewaren en vooral het actualizeren van het erfgoed van de Latijnsamerikaanse Conferenties van Medellín, Puebla, Santo Domingo en Aparecida. Als AMERINDIA-groep in Oruro trekken we aan dezelfde kar. De aanzet tot structurele en mentaliteitsveranderingen die dank zij de bevrijdingstheologie en de kerkelijke basisgemeenschappen tot stand kwam, mag niet verloren gaan.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Tuesday, August 25, 2009
Omzien naar de toekomst.
Er zijn antropologen die beweren dat voor Andesvolkeren de toekomst (het ongeziene, nog ongekende) zich achter de rug bevindt, terwijl zij het verleden (het reeds gekende, beleefde) voor ogen zouden te hebben. Over de geldigheid van deze stelling, willen we het nu niet hebben. Laat ons gewoon enkele recente feitjes bekijken om zo een blik op te vangen van wat de toekomst ons verborgen houdt. Er is de laatste twee maanden zoveel om handen geweest, dat we alleen maar enkele tema's eventjes ter sprake kunnen brengen.
1.Politiek. Voor begin december zijn nationale verkiezingen uitgeschreven, en dus is de strijd reeds aan de gang. Evo Morales is opnieuw presidentskandidaat en heeft alle reden om zich zelfzeker op te stellen. De volkssteun is groot. De oppositie lijkt noch programa, noch eenheidskandidaat te hebben. Een dozijn gegadigden schuiven zichzelf naar voren en blijkbaar wil niemand van wijken weten. De geschiedenis leert echter dat men vaak tot het allerlaatste moment terrein en stemmen zoekt te veroveren, om dan uiteindelijk toch bij te draaien om zich op zijn minst van een regionale vertegenwoordiging of machtspositie te verzekeren.
2. Kerken. Op de nationale feestdag (6 augustus) opteerde de kerk ervoor niet deel te nemen aan interreligieuze of oecumenische vieringen, maar wel in de kathedralen het Te Deum te behouden, ongeacht de deelname van gezagsdragers.
Er werd, na deze en andere krachtmetingen, dan toch zopas een nieuwe overeenkomst voor vijf jaar ondertekent die ruime mogelijkheden en vrijheid biedt aan de katholieke kerk voor haar religieuze en sociale activiteiten. Dit bewijst niet alleen dat er van kerkvervolging geen sprake is, maar ook dat men in verkiezingstijden behoedzaam afweegt hoe men het meeste stemmen kan behouden of bijwinnen.
3. Plurinationale staat. Ter gelegenheid van de nationale feest heeft er in telkens een andere departement een optocht plaats van militairen en afgevaardigden van de 36 naties die Bolivia rijk is. Dit jaar was Oruro aan de beurt. Een groep Vlamingen, op inleefreis met Broederlijk Delen, konden een glimp opvangen van de trots en de zelfzekerheid op de gezichten van duizenden traditionele leiders die in volle ornaat aan de optocht deelnamen.
Daarna konden ze vaststellen hoe in de dorpen de laatste jaren toch wel vernieuwing en verbetering is gekomen.
En tenslotte mochten ze een paar dagen meeleven met families in afgelegen boerderijtjes, waar toch zo weinig op verandering en ontwikkeling wijst. Mensen die meer mogelijkheden verwerven, investeren die niet in hun voorouderlijke woon- en werkplaats, maar in het hoofddorp en de steden. Welke toekomst is er voor de heroplevende Andesvolkeren weggelegd?
4. Mijnbouw. Het lag in de lijn van de verwachtingen en zo gebeurde: de multinationale goudreus Newmont verkocht Inti Raymi (goudmijnen Kori Kollo en Kori Chaca bij Oruro) aan een Boliviaanse maatschappij, onder voorwaarde dat die alle sociale en ecologische schulden op zich nam. De winst is afgeroomd, de Bolivianen moeten het nu maar onder mekaar uitvechten.
Intussen werken we verder aan vervulling van de beloften en de overeenkomsten die de overheid, meerdere mijnbedrijven en tientallen geaffecteerde rurale gemeenschappen een paar maanden geleden tijdens werkvergaderingen hebben besproken en ondertekend.
Ook hebben we vorige week op CEPA bezoek gekregen van een afvaardiging van de UNO om de mijn-milieuproblematiek in Oruro te bespreken.
Onlangs zijn ook de vier mensen van CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) en CORIDUP (Coordinatie-orgaan onder rurale gemeenschappen ter verdediging van de Desaguadero-rivier en het Uru Uru- en Poopó-meer) die naar een vormingssessie en bijeenkomst trokken, georganiseerd door CATAPA (Vlaamse solidaire vrijwilligersorganisatie) in Guatemala rond mijn- en milieuproblematiek, vol goede moed teruggekeerd om verder de strijd aan te binden tegen de mijnvervuiling van waters en gronden.
5. Onderzoek. PIEB (een programa voor sociaal onderzoek in Bolivia, in Oruro vertegenwoordigd door CEPA) schreef verscheidene wedstrijden uit. Onlangs werden de eindverslagen van de zes onderzoeken, ja, ook al over vervuiling door mijnbouw, voorgedragen.
Voor onderzoeken rond de quinua-teelt in Oruro en Potosí en het impact op de eco-sistemen werden 28 voorstellen ingediend en voor studies over racisme en interetnische relaties op nationaal vlak 39 proyecten, waaronder meerdere door CEPA. Jammer genoeg, zullen heel weinig voorstellen voor subsidie in aanmerking komen.
Morgen stellen we in de prefectuur vier eigen CEPA-uitgaven voor, over de ecologische situatie van het Uru Uru-meer,
over milieuwetgeving en met een reeks studie en voorstellen over hoe de mijnvervuiling aan te pakken.
Een tijdje geleden was Koen de Munter hier voor de presentatie van het boek over interculturaliteit die hij samen met
mensen hier ter plaatse bijeenschreef en tot vorige week was Anton, ook van de universiteit van Gent, grond-en watermonsters aan het nemen tot op de bodem van de goudmijnput van Kori Chaca.
Er worden grote inspanningen geleverd om kennis te verwerven, te begrijpen wat er gaande is en te vinden waar de oorzaken van en de oplossingen voor de problemen liggen.
6. Jongeren. Maar het mooiste aanbod uit het verleden met hoop voor de toekomst, kwam deze week dan toch van jongeren. Aan hen hebben we trouwens ons wekelijks radioprogramma "Context" van de groep Amerindia gewijd.
Een dozijn jonge mensen, die tien jaar geleden als adolescenten onder de stuwing van Sari Stoops, toen hier vrijwilligerster van Broederlijk Delen, de jeugdwerking rond de milieuproblematiek in CEPA op gang trokken, kwamen bijeen. Toen ze het middelbaar onderwijs beeindigden hadden ze mekaar uit het oog verloren; intussen zijn de meesten afgestudeerd. Sommigen hadden mekaar in jaren niet meer gezien. Ze stellen voor binnen CEPA hun werkgroep Agenda 21 opnieuw op te starten. Wat hebben we hen te bieden?
Hun getuigenissen over wat CEPA voor hen heeft betekend, heeft me alvast gesterkt in de overtuiging dat het goed is bovenal te investeren in de vorming van mensen. Vorige week heeft binnen CEPA de School voor Milieuleiders haar vormingsciclus beeindigd en volgende week begint de Waterschool (
Gilberto Pauwels
CEPA Oruro
Wednesday, July 1, 2009
Vraagjes over Bolivia
Geen wereldnieuws. Het is stillekes over Bolivia de jongste tijd. De zo verschillende visies en acties van de presidenten van Bolivia en Peru hebben wel wat vonken geslagen en de continentale blokvorming in aanbouw heeft wel voor wat meer bijeenkomsten en omhelzingen gezorgd, maar er werden geen potten gebroken. Toch zijn er enkele processen aan de gang die aandacht verdienen.
1. Terrorisme in Bolivia? In Santa Cruz werd een gewapende bende uitgeschakeld die de bedoeling had onrust te zaaien en een gewapend netwerk op te richten om de onafhankelijkheid van het Oosten af te dwingen. Het ging om vreemdelingen met "afscheidingservaring" (Hongerije, Ierland), op uitnodiging van plaatselijke oppositieleden. Hoe ver de tentakels van die groepering gingen, is niet helemaal duidelijk geworden. Het is deze groep die een dinamietaanslag pleegde op de inrijpoort van het huis van de kardinaal Julio Terrazas, opdat de regering daarvan de schuld zou krijgen en om zo een klimaat van onrust en onzekerheid te scheppen.
2. Kerkvervolging in Bolivia? Niet waar. De aanslag op huis van de kardinaal werd inderdaad aanvankelijk voorgesteld als het zoveelste bewijs dat de regering van Evo Morales de kerk kwaad wil berokkenen. Kleine conflicten en uit hun verband gerukte verklaringen worden door de oppositie breed uitgesmeerd, ook op internationaal vlak, om de regering een anti-kerkelijk imago te geven. Het is inderdaad zo dat de kerkleiding krampachtig reageert op het verlies aan privilegies na de goedkeuring van de nieuwe grondwet. Het is ook waar dat de president en de regeringsleden niet alleen maar deelnemen aan kerkelijke diensten, maar ook aan inheemse rituelen en andere gebruiken; wat trouwens van de overgrote meerderheid van de Bolivianen kan gezegd worden. Er worden ook steeds meer ecumenische en interreligieuze initiatieven genomen. En het is ook waar dat binnen het huidige dekoloniseringsproces de kerk af en toe herinnerd wordt aan haar historische schuld. Maar dit onvermijdelijke en overwegend positieve veranderingsproces kerkvervolging noemen is een grove overdrijving en dus leugen.
3. Sociale en economische crisis in Bolivia? De aanwezigheid van Bolivia op de wereldmarkt is heel marginaal, en dus werd het land niet tenvolle door de crisis getroffen. Regeringsmaatregelen in verband met de petroleum en de stijging van de grondstoffenprijzen hebben tot voor kort zelfs voor ongeziene inkomsten gezorgd die directe populaire maatregelen voor sociaal zwakke groepen mogelijk maakten. De dollarkoers blijft, zoals nooit tevoren, nu reeds maanden stabiel (7,07 Bs.). Voor de nabije toekomst is echter voorzichtigheid geboden. Er komt reeds minder geld beschikbaar. De komende algemene verkiezingen (december 2009) zouden wel een tot overmatige gulheid van overheidwege kunnen bekoren, tot toegevingen waarvan de rekening daarna zal gepresenteerd worden.
4. Racisme in Bolivia? Er deden zich een paar opvallende incidenten voor. Blijkbaar moeten die beschouwd worden als een uiting van een eeuwenoud latent racisme. Het racisme is in zekere zin zichtbaarder geworden, omdat men er gevoeliger voor geworden is. De internationale afkeuring van het racisme heeft daar invloed op. Misschien is het feitelijk racisme de laatste tijd zelfs wat afgenomen, omdat men het zich minder kan veroorloven omwille van de sociale controle. Het blijft echter een enorm probleem, een latente mentaliteit en gestructuurde ingesteldheid die slechts via een lang bewustmakingsproces en rectificatie van machtsverhoudingen zal kunnen afgebouwd worden. Voor het ogenblik heeft men het vooral over een dekoloniseringsproces, dat zowel onder de daders als onder de slachtoffers van racistische praktijken moet doorgedrukt worden.
5. Klimaatsveranderingen in Bolivia? Gezien we hier nu de koudste periode van het jaar doormaken (-14 C nachtvorst), dromen we van opwarming. Maar de globale opwarming zal voor het Altiplano niet zomaar positief uitvallen, zo zegt men ons. Men voorspelt dat er misschien wel meer regen komt, maar op een kortere tijd; overstromingen en erosie dus. En dus ook langere, verdampende en verdorrende zonneperiodes en mogelijks meer vorstnachten. Een antwoord daarop zal moeten gezocht worden in creatief waterbeheer.
6. Ecologisch bewustzijn in Bolivia? President Evo Morales hield een paar opmerkelijke pleidooien in de UNO over milieu en inheemse wereldvisies. (German Condarco - medewerker van CEPA, maar meteen ook jilaqata, chef van zijn gemeenschap - herinnerde Evo aan zijn woorden tijdens diens bezoek aan zijn dorp Choquecota). De ministeries en overheidsdiensten komen slechts schoorvoetend tot concrete acties. Maar op juridisch vlak wordt wel werk gemaakt van normeringen op basis van de rechten van Moeder Aarde - als persoon! - (en niet alleen meer op basis van het recht van de bevolking op een gezond leefmilieu).
Wie Bolivia bezoekt, komt - tegen alle mooie woorden in - vooral onder de indruk van de ringen met plastiekafval rond steden en dorpen en de slierten vuilnis op straten en pleinen. De Andesvisie geeft geen antwoord op niet-organische vervuiling. Daartoe zal nog een lang opvoedings-(en afdwing)proces nodig zijn.
Dergelijke thema's zijn dagelijkse kost in CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren). We zitten te midden een drukke periode op het vlak van vorming, campagnes, acties en werkvergaderingen. Maar we hebben zopas ook het Nieuwjaar van het Zuiden gevierd (zonnewende van 21 juni), dus wat jullie in het Noorden doen na het solstitium van 21 december. Hier doen we het dan wel zonder Kerstmis, maar met de Sint Jansvuren, op het feest van de voorloper van Christus. Een nieuw begin dus, een nieuwe kans om het "goede leven" (vivir bien) voor iedereen wat dichterbij te brengen. Voor het eerst werd de inheemse nieuwjaarsdag door de regering tot feestdag uitgeroepen.
Gilberto Pauwels
CEPA Oruro
Tuesday, May 5, 2009
De pijn van Pachamama.
In 1997 schreef Walter Lotens een boek met als titel: "De pijn van Pachamama". Hij had het over verleden en toekomst, Andestradities en modernisering, en over Moeder Aarde. Hij tekende de krachtlijnen uit van wat nu in Bolivia aan de gang is, maar met voorzichtige vraagtekens rond de haalbaarheid van de toen stille revolutie. De jongste berichten over terreurorganisaties tonen aan dat haar tegenstanders inderdaad tot het ontoelaatbare in staat zijn om die ommkeer hoe dan ook te verhinderen. De echte strijd wordt echter gestreden in het dagdagelijkse leven van doodgewone mensen.
1. MAANDAG. Pachamama kreunt, ik heb het gezien. De ganse dag hebben we rondgezworven in het gebied tussen de tinmijn van Huanuni en het Poopó-meer. Het gore mijnwater bezoedelt het meer. Maar er is meer. De mijnafval vulde de rivierbedding en dus worden nu enorme vlaktes overdekt met vervuild en onvruchtbaar mijnzand. Met meer dan 500 omwonenden en hun dirigenten, vier burgemeesters (Huanuni, Poopó, Machacamarca en El Choro) en vertegenwoordigers van zes vice-ministeries bezochten we de pijnpunten. Pachamama komt meer dan ooit ter sprake. Voor CORIDUP (coordinatie-orgaan van 80 door mijnbouw bedreigde gemeenschappen) en voor Limbert, Clemente, Johny, Jaime en Norma van CEPA, die meehielpen deze massale inspectie te organiseren, staat het vast: we zetten door tot deze zone door de regering tot ecologisch noodgebied wordt uitgeroepen ("declaración de zona de emergencia ambiental"). Voorstellen tot concrete maatregelen om, op basis van deze verklaring, de contaminatie een halt toe te roepen, zijn reeds uitgewerkt.
2. DINSDAG. CEPA (het Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren) wordt ingepalmd door kinderen. Nieuwsgierig kijken ze naar de grote zieke aardbol in de tuin, die op de Dag van de Aarde op de plaza stond, en door de voorbijgangers volgeplakt werd met boodschappen. De kinderen vertegenwoordigen de "ecologische patrouilles" van 14 scholen, controle-groepjes die respect voor planten en dieren inprenten en afval naar de vuinisbakken verwijzen. Bondgenoten van Pachamama.
3. WOENSDAG. Een dozijn mensen van CORIDUP trekken, samen met Clemente en Jaime van CEPA, naar La Paz om hangende kwesties op te volgen:
- Het uitroepen van de zona van Huanuni tot ecologisch noodgebied.
- Het aanslepende onderzoek naar de gevolgen van de goudexplotatie door het bedrijf Inti Raymi in het waterbekken van de Desaguadero-rivier.
- Het wetsvoorstel om het Poopó- en Uru Uru-meer uit te roepen tot natuurreservaat (zoals het Sajama-park).
- De organisatie van de tweede werkvergaderingen tussen de nationale en regionale regeringen, de mijnbedrijven en de rurale gemeenschappen over vervuiling en waterbeheer.
Ze komen thuis met hoopvolle perspectieven. Wordt vervolgd.
4. DONDERDAG. - Marcelo, Marco en Anaïs (Vlaamse vrijwilligster) organiseren, samen met studenten, een forum rond dekolonisering. Het gaat niet zozeer over de strijd tegen externe kolonialisten. dan wel over de onbewuste, koloniale mentale structuren in ieder van ons. Toen de slavernij werd afgeschaft, hadden heel wat ex-slaven het moeilijk om te leren leven als vrije mensen. Voor gelijkaardige uitdagingen staat nu de "kinderen van Pachamama" (titel van een video que Omer D'Hoe hier enkele jaren geleden opnam).
- De cursus over "politieke vorming" in CETHA Socamani voor partners van Broederlijk Delen, loopt ten einde. Een tiental mensen van en rond CEPA namen er aan deel. Nee, het ging niet om ideologische indoctrinatie, maar was een oefening in uitpluizende analyses over wat aan het gebeuren is en wat ons te doen staat.
5 VRIJDAG. Een mei. De Oblatenradio Pio XII in Siglo XX (Norte de Potosí) bestaat 50 jaar en dat wordt gevierd. Een radio die, omdat hij leerde te luisteren, zich meer dan eens heeft moeten bekeren, eerst tot mijnwerkers- en daarna tot campesino-radio. De omschakeling tot Andesradio (natuur en culturen) is aan de gang. Radio Pio trotseerde dictators en geweld om het woord te kunnen blijven geven aan volksorganisaties. De mijnwerkers trokken het spoor, maar uiteindelijk werd de Aymara Evo Morales (uit Carangas - Oruro, een streek waar de Oblaten ook reeds meer dan vijftig jaar werkzaam zijn), tot president van Bolivia verkozen. Tijdens de viering wordt deze geschiedenis opgeroepen, maar meteen blijkt ook wie nu wel stem en macht hebben. Er wordt blijkbaar een periode definitief afgesloten.
De stemlozen zijn nu Pachamama en de komende generaties die, hoe dan ook, ter plaatse met haar zullen willen blijven verder leven.
6. ZATERDAG. De regentijd is voorbij; aardappeloogst dus op het veld van CEPA in CHuzekery. Pachamama is mild geweest. Intussen zijn daar nu ook kralen gebouwd en lopen er lama´s en schapen rond.
President Evo Morales heeft, met een toespraak in de UNO, verkregen dat de Dag van de Aarde uitgeroepen wordt tot de Internationale Dag van Moeder Aarde, met al wat dit inhoudt aan dinamiek in visies, simboliek en ritueel handelen. Dit zou wel eens het begin kunnen zijn van een nieuwe periode van confrontatie en/of dialoog met de inheemse naties, een "tinku" (ontmoeting/ritueel gevecht/grenzen verleggen), waar de "originarios" zelf noch de staat, onderwijs noch kerken, op voorbereid zijn. Aan creativiteit zal het wel niet ontbreken, en ja, het zal altijd wel ergens iemand pijn doen.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Monday, April 27, 2009
Zuid en Noord.
Juan Carlos Montoya trekt voor een drietal weken rond in Vlaanderen. Hij is Aymara van Corque en agronoom; werd departamentale verantwoordelijke voor milieuzorg in Oruro en is stichter van de afdeling rurale ontwikkeling aan de landbouwfaculteit van de plaatselijke universiteit. Als losse medewerker van CEPA (Centrum voor Ecologie en Andesvolkeren), heeft hij het op zich genomen om ginds mensen en groepen te informeren over de sociale en milieu-problematiek in de relaties tussen multinationale vervuilende mijnbedrijven en de bedreigde Andesgemeenschappen van rurale dorpen en randgebieden van de stad.
1. Het bezoek van Juan Carlos is de voortzetting van een ganse reeks mensen van Indiaanse en/of arbeidersafkomst die vanuit Oruro getuigenis gingen afleggen in Europa over het leven, het wel en wee en de dromen van hun volk. Ze bleven allen actief in het ontwikkelingswerk (Félix, Carol, Digna, Ely, Orlando - overleden -, Mirka, Ruth); ze doen verder aan antropologisch onderzoek (Ricardo) of zetten zich in vanuit een openbare functie als senator (Isabel), prefect (Luis Alberto) of viceminister (Isaac). Dergelijke ervaringen kunnen soms lang nawerken. Een paar dagen geleden ontmoette ik Félix Cárdenas op straat. We hadden het over het nieuwe viceministerie voor dekolonisering. Ah, zei hij tussendoor, toen ik in 1993 rondtoerde in Vlaanderen op uitnodiging van Broederlijk Delen, kon ik er aan een meeting deelnemen met als tema "Stop racisme". Volgende maand gaan we in Cochabamba een gelijkaardige nationale bijeenkomst opzetten rond dezelfde slogan.
2. Eind dit jaar gaat wellicht Francisca, die in de bibliotheek van CEPA werkt, met haar kindje voor enkele weken naar Duitsland. Zij is Chipaya en de eerste vrouw van die kleine etnische groep, die universitaire studies doet, antropologie nog wel. Samen met taalkundigen van Berlijn heeft ze zich aan de studies gezet van de eigen taal van haar volksgroep en is nu uitgenodigd om daar de laatste puntje op de i's van een doctoraatsonderzoek te gaan zetten. Het geduldig bijeensprokkelen van gegevens over de geschiedenis en de cultuur van deze kleine minderheidsgroep zal misschien wel de meest tastbare en duurzame bijdrage blijken van CEPA voor de Andesvolkeren, ook als is dit niet eens in de "planning" van het Centrum opgenomen.
3. Het internationale ontwikkelingswerk lijkt wel aan "onthaasting" en "ontplanning" toe. Wellicht mede als gevolg van de kritiek op de ontwikkelingssamenwerking, kwam alle nadruk te liggen op planning en op het bewijzen dat de vooropgestelde resultaten effectief werden bereikt, liefst op zo kort mogelijke termijn. Daartegen zijn nu de eerste kritische geluiden te horen. "Planning leidt tot recepten, tot technocratisering, tot aanbodsturing, tot het negeren van de lokale context. Het omgekeerde van planning is de vrijheid om zonder recepten met vallen en opstaan te mogen ´zoeken´. Daarbij mag nog wel een beetje gepland worden, maar dan vraaggstuurd, waarbij planning geen doel maar een middel is." (W. Easterly). Het komt er dus blijkbaar niet zozeer op aan de planning te veranderen, dan wel permanente verandering te plannen.
4. De dynamiek van de sociale processen in Bolivia dwingt ons alvast tot creativiteit en soepelheid. Een voorbeeld. Al jaren begeleiden wij, als organisatie ter verdediging van milieu en culturen, de rurale gemeenschappen van het bekken van de Desaguadero-rivier in hun strijd tegen de vervuiling door de goudontginning. Maar ineens wordt alles anders. Het is gedaan, we stoppen ermee, zegt Inti Raymi, in september worden de mijnen (Kori Kollo en Kori Chaca) gesloten. En dus vraagt de organisatie van de bedreigde gemeenschappen (CORIDUP) ons nu mee te ijveren opdat de multinationale goudreus en eigenaar Newmont niet zou ontsnappen, zonder zijn sociale en milieu-rekeningen te vereffenen. Maar zou het wel waar zijn, dat het gedaan is? Zal de mijnexplotatie niet gewoon naar een ander bedrijf doorgeschoven worden, zodat alles opnieuw kan beginnen? Of gaat het om een doordachte strategie, met de bedoeling de bevolking ertoe te bewegen te smeken om toch maar verder te doen, met het oog op werkgelegenheid en op lokale inkomsten, hoe klein die ook zijn in vergelijking met de opgestreken winst? Zal men uiteindelijk dan toch niet zogezegd toegeven om verder te doen en uit te breiden? Maar dan wel onder voorwaarden, bevoorbeeld dat de milieu-organisaties monddood en vleugellam worden gemaakt. Pas tijdens het veranderingsproces zelf zal blijken wat ons te doen staat.
Waar moet wij, bij dit alles, het meest beducht voor zijn?
Voor gebrek aan soepelheid en creativiteit.
Het zou erg zijn moesten wij ooit tot de conclusie komen dat we dezelfde antwoorden zijn blijven geven, terwijl in feite de vragen al lang veranderd waren.
De reis van Juan Carlos is alvast een gelegenheid om onze internationale relaties en technisch vaardigheden in samenwerking met Vlaamse universiteiten en organisaties aan te scherpen.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Monday, April 13, 2009
Paasvrijdag
De Goede Week beheerst nog steeds het openbare leven in Bolivia. Goede Vrijdag is verlofdag, maar reeds op Witte Donderdag mag men voortijdig het werk verlaten om aan religieuze diensten en volksgebruiken te kunnen deelnemen. Pasen is al minder belangrijk en op Paasmaandag verneemt het leven meteen zijn gewone gang.
1. Gezien de nieuwe grondwet de scheiding tussen kerk en staat heeft afgekondingd, hebben de media vooral aandacht voor de manier waarop regeringsleiders en staatsinstelleningen al dan niet aan de kerkdiensten deelnemen. Dit jaar werd de het lijk van de terechtgestelde Christus in de processies niet begeleid door gewapende militairen. En president Evo Morales? Die is voor het ogenblik in hongerstaking om het parlement ertoe te bewegen de verkiezingswet af te kondigen die algemene verkiezingen in december moet mogelijk maken.
2. Waarom is voor mensen en gemeenschappen in de Andes Goede Vrijdag blijkbaar zoveel belangrijker dan het Paasfeest?
De meest voor de hand liggende verklaring is dat het katholicisme nu eenmaal is ingeplant vanuit Spanje. Het is voldoende de huidige Spaanse processies te zien om te beseffen in welke culturele gietvorm het christendom hier werd binnengebracht. Dit had meteen als gevolg dat er een enorme hoeveelheid beelden en schilderijen werden gemaakt van de gekruisigde Christus, maar heel weinig van de verrijzenis en de verrezene. Heiligdommen en afbeeldingen - het traditionle catechetisch materiaal bij uitstek - zijn vooral gewijd aan het kruis, Maria en de heiligen, met Santiago (de heilige Jacobus), patroon van Spanje, op kop. Hoe kan de Paasboodschap dan doorklinken?
3. Maar er is meer. In de wereldvisie op leven en dood van de Andesvolkeren, is de verrijzenis van de Gekruisigde eigenlijk een niet zo uitzonderlijk gebeuren. Alle doden worden geacht op een andere plaats, in het westen, verder te leven en van daar uit af en toe bij de levenden op bezoek te komen. 's Middags op Allerheiligen komen de overledenen op bezoek bij hun familie. De ganse nacht wordt samen met hen doorgebracht. Er wordt gewaakt, gegeten en gedronken. 's Middags op Allerzielen wordt dan van hen afscheid genomen en gaan ze terug "naar huis", in hun eigen wereld. En zo hoort het, want als doden is onze wereld blijven rondhangen is dat een slecht teken. Dit betekent dat ze door God niet aanvaard werden, en noodgedwongen hier blijven rondhangen en last berokkenen. Dat Jesus zijn moeder en zijn vrienden efkens een bezoek komt brengen, hoeft voor Andesmensen eigenlijk niet zo benadrukt te worden; het ligt in de lijn van de verwachtingen.
4. Maar Jesus is niet zomaar om het even welke dode. Hij is een slacht-offer, - letterlijk dan, - : het gaat om de gewelddadige dood van een onschuldige. Dat zoiets hier een speciale betekenis krijgt, is in gelijkaardige situaties overduidelijk. Enkele jaren gelden werd een eenvoudig dienstmeisje door haar patroon met messteken om het leven gebracht. Inocencia was haar naam. Niemand heeft haar gekend, Maar nu staat temidden het armenkerkhof een graftombe voor haar en worden nog elke dag in de parochies missen voor haar aangevraagd. Zij wordt geacht gunsten te verlenen aan wie haar indachtig is; haar levenoffer kan niet tevergeefs, niet vruchteloos geweest zijn. De herdenking van de tot stervens toe gemartelde Jesus, ligt blijkbaar is dezelfde lijn.
5. Wie is dan die gekruisigde voor de Andesgemeenschappen? Een ander feitje kan dat illustreren. Een groep Quechuas verlaat de kerk, nadat ze devoot de mis hebben bijgewoond, samen met het grote kruis dat ze hebben meegebracht. Aan de deur van de kerk ontdoen zij het kruis van de witte doek waarmee het bekleed is, doen het een poncho aan en zetten het een chulu (Andesmuts) op. Toen ik hen vraag waarom ze dit doen, krijg ik een kort en duidelijk antwoord: "Hij is iemand van ons". En weg zijn zij, in hun traditionele klederdracht, met hun dans en muziek, om elders hun rituelen verder te zetten. Conclusie: de identificatie van de gekruisigde Christus met de arme Indiaanse boerenbevolking is geen uitvinding van de bevrijdingteologie; het is een doorleefde werkelijkheid. Voor hen is de doodgemartelde iemand die leven brengt, vruchtbaarheid geeft. Pasen zit dus, voor Andesmensen, eigenlijk reeds vervat in Goede Vrijdag, Het is er de duiding, de zingeving van. Paasvrijdag dus. Het leven slijten, wagen, geven voor anderen, dat heeft Jesus voorgeleefd.
6. Of is dit te ver gezocht? Een laatste voorbeeldje ter verduidelijking en aanvulling. Een oude Chipaya-indiaan, Don Santiago, vertelt mij de religieuze gescheidenis van zijn volk. Onze verre voorouders, zegt hij, brachten mensenoffers. Zij dachten dat God en Pachamama (Moeder Aarde), dit van hen vroeg om zo het leven te kunnen voortzetten. Later ontdekten zij dat zij dit bloedvergieting ook konden vervangen door het bloed van dieren en ze brachten dierenoffers: lamas, schapen, varkens,... Daarna leerden we dat we ons ook met wierook tot God kunnen richten om vergiffenis te vragen, te danken of te vragen. Dat gebeurt dit ook nu allemaal, op een of andere manier, maar ik ben tot de conclusie gekomen, zegt hij, dat het eigenlijk niet nodig is, dat we ons ook zomaar tot God kunnen richten, rechtstreeks. Dat God niks voor zichzelf vraagt om met ons te zijn. Bij andere gelegenheden beweert Santiago dat waar het wel op aan komt is te geven, te delen met mekaar; dat is wat God van ons verwacht.
De kloof tussen wat de kerk voorhoudt en wat de mensen eigenlijk beleven is moeilijk te dichten.
Deze namiddag ga ik naar de duinen van Oruro, niet om op hagedissen te jagen, zoals van oudsher gebruikelijk is, maar om te zien hoe nu kunstenaars van Oruro en elders, daar in het zand het lijdensverhaal boetseren. Op enkele jaren tijd is dit - zoals het Carnaval van de Maagd van de Mijnschacht - een nieuw massaal trekpleister geworden rond een religieuze traditie.
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia
Friday, February 20, 2009
Goudkoorts.
Bij onze aankomst op de plaza van La Joya wacht ons een beangstigend schouwspel. Twee groepen dorpelingen staan tegenover elkaar, roepend en scheldend. Onder de "contratistas" worden dinamietstaven uitgedeeld en af en toe weerklinkt een salvo. Een vader verloochent publiekelijk zijn dochter. Broer staat tegenover zus. Jongeren beschimpen hun oom of tante. Goudkoorts blijkt een gevaarlijke ziekte. Wat is er aan de hand?
1. Onderweg hadden we een politiewagen gekruist met een gebroken voorruit, maar het was niet tot ons doorgedrongen dat die eigenlijk op de vlucht waren. Wij (met Johnny, Clemente en Limbert van CEPA) waren uitgenodigd om de start bij te wonen van een origineel initiatief: een gemeenschapsbedrijf ("empresa comunitaria") van een gans dorp dat gezamenlijk zijn goudberg wil ontginnen. Bij onze aankomst vertellen de voorstanders van het initiatief dat de "contratistas", die reeds voor eigen rekening aan het werk zijn in de berg, zich daartegen verzetten en dat ze, om de start van het bedrijf te verhinderen, hun dirigenten hebben opgepakt. Ik trek mijn stoute schoenen aan en vraag aan die andere groep de toelating om de gegijzelden te bezoeken. Eenmaal bij René en Rolando, wijk ik niet meer van hun zijde.
2. La Joya is een dorp, gelegen aan de voet van een gelijknamige goudberg, waar reeds ten tijde van Inca's, naar goud en zilver gedolven werd. In de jaren 70 verwerft Inti Raymi, een Amerikaans mijnbedrijf, nu eigendom van Newmont, de grootste goudproducent ter wereld, de ontginningsrechten van de ganse berg. Ze geven er echter de voorkeur aan eerst een rijkere goudheuvel, Kori Kollo, op enkele kilometer daarvandaan te ontginnen. Intussen is die heuvel omgetoverd tot een 250 m diepe kloof vol vervuild water en werd het met cyanide uitgeloogde goud en zilver ter waarde van meer dan 2.000.000.000 dollar naar het Noorden overgevlogen. Nu is men ook nog andere nabijgelegen heuvels aan het afknagen.
3. De inwoners van het dorp La Joya daarentegen,weigeren toelating te geven om op deze manier stukken uit hun berg weg te vreten. Ze willen alleen ontginning via mijnschachten, zoals in de Cerro Rico van Potosí. Inti Raymi besluit dan maar het hen zelf te laten doen, op eigen risico. 33 groepen, met in totaal 171 "contratistas", mogen aan het werk onder voorwaarde dat zij hun ongewassen erts aan Inti Raymi verkopen, elk 60 ton (drie vrachtwagens) per maand. De koper zelf bepaalt het gewicht en het goudgehalte. Het gaat om roofbouw, zonder enige planning en in erbarmelijke werkomstandigheden. En de verschillen zijn groot. Hier naast mij liggen wat ontvangstbewijzen: de ene kreeg 2000 Bs (285 dollar) per camion en een ander 48.000 (6.855 dollar), naargelang het gehalte. Sommigen, die een goede ader troffen, kunnen het zich veroorloven anderen (campesinos uit het Norte de Potosí) voor zich te laten werken.
4. Bij de Landbouwhervorming van 1953 was het territorium van La Joya, die vroeger aan haciënda's toebehoorde, verdeeld geworden onder 168 landarbeiders. De afstammelingen van die 168 "sayañeros" beschouwen zich nu allemaal eigenaars van die goudberg en eisen ook hun aandeel. Inti Raymi verkiest danmaar de overeenkomst met de "contratistas" te beeindigen en de explotatierechten af te staan aan een gemeenschapsbedrijf met die 168 - intussen uitgebreide - families als eigenaars. Zo werd de basis gelegd van het conflict dat vorige maandag uitbrak en waarvan we getuige waren. Inti Raymi heeft in het dorp (al dan niet opzettelijk) een tweedracht gezaaid die nog moeilijk te overbruggen zal zijn. De "contratistas" willen individueel blijven verder werken, op goed geluk af. De anderen willen een gemeenschapsbedrijf, met drie arbeiders per "sayaña" (504 in totaal), een gezamenlijke productie en een solidaire verdeling van de winst. Het geproduceerde goudzand blijft hoe dan ook - zonder sociale of milieuverplichtingen - in handen van Inti Raymi komen. Sinds het gemeenschapsbedrijf echter de mogelijkheid oppert zelf voor de verwerking in te staan, verkiest Inti Raymi de "contratistas" te steunen.
5 Terwijl deze situatie me stilaan duidelijk wordt, dank zij het gebekvecht van de gegijzelden met een groep van (vooral) vrouwen die hen bewaken, doen we al het mogelijke opdat een commissie van autoriteiten ter plaatse de zaak zou komen beslechten. Tevergeefs. In de stad zijn intussen hoogst alarmerende berichten doorgekomen - de nieuwe persoonlijke comunicatiemiddelen zorgen voor verrassende situaties bij conflicten - en niemand waagt het naar La Joya te komen. Dus, dan maar zelf een oplossing zoeken.
6. We komen tot een akkoord dat 's anderendaags een afvaardiging van 15 mensen van beide groepen in de prefectuur van Oruro zal samenkomen om te overleggen met leden van de regering. Maar wat met de gegijzelden? Hun tegenstrevers vrezen dat ze, als ze die vrijlaten, niet zullen komen opdagen voor de dialoog. Ik stel voor hen naar mijn huis mee te nemen en stel me garant dat ze op de vergadering aanwezig zullen zijn. En zo gebeurt het. Na zeven uur overleg, vertrekken René en Rolando opgelucht met ons naar Oruro.
7. Dinsdag komen beide groepen massaal opdagen in Oruro en heeft in de prefectuur een lange vergadering plaats. Ik ben blij te horen dat men bereid is een reglementering op te stellen die moet toelaten dat beide groepen fusioneren in één enkel bedrijf. Maar ik vrees dat het een lang en moeilijk proces zal worden.
's Anderendaags (gisteren) komen de dirigenten van het gemeenschapsbedrijf naar CEPA met de vraag hen bij te staan bij het milieubeheer en bij de organisatie van het bedrijf op basis van de principes van de Andesvolkeren. In de nieuwe Boliviaanse grondwet is weliswaar het bestaan van "empresas comunitarias" voorzien (naast openbare en private ondernemingen en cooperaties) (art. 306,307,311), maar wat dit precies inhoudt is verre van duidelijk. Een dergelijk innoverend initiatief ondersteunen, en dan nog te midden van een conflictsituatie, gaat eigenlijk onze mogelijkheden te boven....
... Dit alles als getuigenis van de enorme dynamiek die de Boliviaanse samenleving beroert. En van de verduivelde handigheid waarmee multinationale ondernemingen telkens weer hun belangen uit de brand weten te redden...
Gilberto Pauwels
Oruro Bolivia